
Herhaalverhaaltje: Het Vogeltje in de Winter
Een prachtig ontroerend sprookje over een vogeltje met een gebroken vleugel die een veilige schuilplaats zoekt voor de winter. Vooral geschikt voor peuters en kleuters, een heerlijk verhaaltje voor het slapengaan of een ander moment om even lekker te ontspannen en samen te luisteren. Opgetekend door Lois Eijgenraam in haar boek 'Bakersprookjes' voor uitgeverij Christofoor.
Transcript
Het vogeltje in de winter Het was op een koude winterdag,
Heel lang geleden.
De sneeuw viel in dikke vlokken op de aarde.
Alle dieren waren diep onder de grond gekropen voor hun winterslaap en de vogels waren naar het warme zuiden gevlogen.
Maar er was één vogel die niet naar het warme zuiden was gegaan,
Want ze had een gebroken vleugel.
Ze was op zoek naar een plekje om te schuilen en zei tegen zichzelf,
Waar zal ik naartoe gaan?
Ze keek en keek,
Maar zag nergens andere vogels.
Die zaten in warme landen,
Lekker in de zon.
Het enige wat ze in de witte wereld zag,
Waren bomen.
Het vogeltje kwam bij een jong en fris beukenboompje.
Het zei,
Ach beukenboompje,
Wil je me deze winter helpen?
Het is zo koud en ik zoek een plek om te schuilen.
Jouw bladeren zien er zo mooi uit.
Het beukenboompje zei,
Ik kan het gewoon niet geloven dat je dat durft te vragen.
Kijk eens hoe mooi ik ben.
Als jij tussen mijn bladeren komt zitten,
Kreukelen ze en ben ik beslist niet meer zo mooi.
Zoek maar een ander plekje voor de winter.
Het vogeltje was teleurgesteld en fladderde verder.
Ze kwam bij een appelboom en zei,
Appelboom,
Oh appelboom,
Ik zal je appels in de lente heus niet opeten.
Ik zoek alleen een plek om te schuilen voor de kou.
Ik heb het zo koud en al mijn vriendjes zijn naar het zuiden gevlogen.
Mijn vleugel is gebroken en ik kan nergens heen.
Mag ik me tussen jouw takken verstoppen?
Ik denk het niet,
Zei de appelboom.
Ik moet mijn knoppen beschermen.
Daar heb ik het al druk genoeg mee.
En hoe weet ik nou zeker dat je straks mijn appels niet zult opeten?
Ken je niet eens?
Je kunt wel een echte appeleter zijn.
Ik wil je niet tussen mijn takken,
Ga maar ergens anders heen.
Het vogeltje was erg teleurgesteld.
Toen kwam ze bij een grote,
Dikke eikenboom.
Ze dacht,
Deze eikenboom heeft heel veel eikels en een heleboel dikke takken.
Klop,
Klop,
Klop.
Oh,
Prachtige oude eikenboom,
Ik heb een gebroken vleugel en ik kan niet naar het zuiden waar het warm is.
Kun je me alsjeblieft helpen?
Mag ik tussen je takken schuilen?
Ik zal niks kapot maken en ik zal heel stil zitten.
Ik wil het zo graag een beetje warm hebben,
De eikenboom zei.
Dat denk ik niet.
Ik heb een heleboel eikels die ik moet beschermen.
Mijn eikels zijn prachtig.
Mijn bladeren zijn prachtig.
Mijn takken zijn prachtig.
Ik ben gewoon wonderschoon.
Stel je voor,
Een vreemde vogel tussen mijn takken.
Oh,
Zei het vogeltje.
Jammer.
En het vogeltje vladderde verder door het bos.
Het bibberde van de kou en het vladderen ging moeilijker en moeilijker.
Toen kwam ze bij een dennenboom.
Ze durfde het bijna niet meer te vragen,
Maar ze had het zo koud.
Klop,
Klop,
Lieve dennenboom,
Begon het vogeltje.
Lieve hemel,
Wat zie jij er ellendig uit,
Zei de dennenboom.
Kom vlug tussen mijn takken zitten,
Dan heb je het niet meer zo koud.
Het vogeltje was blij.
Het piepte vrolijk en streek neer tussen de takken van de dennenboom.
Ze zat er heerlijk en bleef er de lange koude winter.
Ze kwam er alleen maar even uit om eten te halen in de tuin aan de rand van het bos,
Waar de kinderen nootjes hadden opgehangen en broodkruimels hadden gestrooid.
Ze had een fijne winter,
Verscholen tussen de takken van de vriendelijke dennenboom.
Maar de volgende winter kwam de kleine noordenwind.
Hij zei,
Dit is voor mij de fijnste tijd van het jaar.
Ik waai en waai door de bomen van het bos en ik heb zoveel plezier.
Mag ik waaien,
Vadertje wind?
Ja hoor,
Blaas maar.
Blaas maar zoveel je wilt.
Blaas door de takken van de bomen.
Blaas de bladeren er maar af.
Maar doe voorzichtig met de takken van de dennenboom,
Want die was zo vriendelijk om het vogeltje te helpen toen die het koud had en een plekje zocht om te schuilen.
Bij hem moet je al zijn dennennaalden laten zitten.
Toen begon de noordenwind te blazen.
Hij blies en blies door de takken van de bomen van het bos.
Ze schudden en zwiepten heen en weer tot ze al hun blaadjes verloren hadden.
En de bomen werden weer bedekt met een dikke laag sneeuw.
Alleen de dennenboom hield de hele lange koude winter haar naaldjes vast,
Omdat ze zo vriendelijk was geweest voor het vogeltje.
Maak kennis met je leraar
4.3 (159)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
