
Het Geheime Eikenbosland van Ridders Kamiel en Jolan
by Hilda Stoop
Ontdek het geheime eikenbosland waar ridder Kamiel en ridder Jolan wonen. Het is er nu al winter en ridder Kamiel is heel onvoorzichtig geweest. Hij moet de hulp inroepen van ridder Jolan om samen een oplossing te vinden voor zijn probleem
Transcript
Diep in het grote Hallerbos,
Daar waar in de lente duizenden pinksterbloemen bloeien,
Staan twee machtige eiken dicht bij je in.
Nu is het herfst,
En als je goed luistert,
Hoor je van alles.
Sjoe!
Daar hoor je de wind ruisen tussen de bomen,
De bladeren dwarlen met een zucht naar beneden.
Plop,
Tik,
Tak,
Pats,
Boem,
Daar valt een eikel naar beneden,
Trommelend op takken en de bast van de bomen.
Soms lijkt het op een echt vuurwerk,
Al die knallen van vallende eikels en noten.
Daar ritselt een eekhoorntje over de grond op zoek naar eikels.
Ja kijk,
Hij heeft er twee in zijn kloutjes en rent vliegens vlug de eiken naar boven.
Hij gaat die eikels in een holletje in de boom verstoppen.
Hij is de hele dag zo bezig met verzamelen van noten en eikels om zijn wintervoorraad in te slaan.
En daar is nog een kleinere beestje bezig,
Een muisje.
Ja,
Die maakt zijn voorraad ook aan,
Want in de winter vind je amper wat te eten en dus moet je vooruitziend zijn.
Woesj,
Woesj,
Woesj,
Wat is dat voor een geluid?
Het zijn enkele kinderen die door de gevallen bladeren struinen.
Plots grijpt er eentje een handvol bladeren en gooit die naar een ander kindje.
Er ontstaat een heus bladergevecht.
Er wordt gejoeld en gelachen en dan hoor je weer woesj,
Woesj,
Woesj en weg zijn ze.
Het wordt weer rustig in het bos.
Alleen,
Er gebeurt iets geks.
Het lijkt of de twee eiken wat naar elkaar toe buigen en tussen de stammen wordt het donker en het is net of er een tunnel opengaat met een klein lichtpuntje achterin.
Er galmt een schreeuw door de tunnel.
O nee,
Kamil,
Hoe kon je zo dom zijn?
En daar komt iets uit de tunnel geschoten of gevlogen.
Het gaat zo rap.
Was dat een merel?
Ze is weg,
Maar de ingang van de tunnel is er nog.
Wat zou daar aan het einde van de tunnel zijn?
Kom,
Kom,
Snel,
Vlug,
Kom mee.
Wat zou er aan de andere kant zijn?
Oh,
Wat is het hier koud.
Er ligt al rijm op de bladeren en de bomen zijn al kaal.
Er loopt een klein wegje verder door het bos en ineens zijn de bomen weg en kijk je neer op een dal.
Het is ook heel stil,
Of niet?
Wat is dat daar?
Luister,
Een gejammer klinkt vanuit de dal.
Kamil,
Kamil,
Toch,
Hoe is dat nu toch mogelijk?
Maar jong,
Jong,
Jong,
Wat heb jij nu toch gedaan?
Wie zou dat zijn?
Daar in het midden van het dal,
Tussen de weiden,
Staat een toren.
Een echte oude riddertoren.
En beneden is er een poort en hoog daarboven zie je ramen in de gevel steeds hoger en hoger en bovenaan bekroont een ring van kantelen het dak van de toren.
Er is niemand te zien,
Of toch wel?
Jawel,
Daar loopt ridder Kamil heen en weer voor de poort.
Hij staart naar omhoog en dan weer naar beneden,
Loopt naar de poort en trekt aan een groot ring in de poort,
Maar er is geen beweging in te krijgen.
Verdorie toch,
Hoe kon ik nu zo dom zijn om die poort toe te doen en de sleutel niet mee te nemen?
Ridder Kamil zucht,
Hoe geraak ik nu ooit binnen en die ramen zijn zo hoog.
Ja,
Wat nu,
Het wordt nog kouder en ook al donker en ridder Kamil heeft ook geen mantel aan.
Tja,
Denkt ridder Kamil,
Ik zal mijn goede vriend Jolan vragen om me te helpen.
Misschien heeft hij een ladder die hoog genoeg is om tot aan een raam te geraken.
En daar ploetert ridder Kamil door de weide en langs de velden naar de toren van ridder Jolan.
Hopelijk is hij thuis,
Denkt Kamil,
Het is zo koud.
Ridder Jolan heeft ook een toren,
Maar een kleinere en ernaast heeft hij ook een klein gezellig huisje gebouwd.
En ja,
Daar krinkelt alle rook door de schouw en Kamil haast zich er naartoe,
Vlug klopt hij aan.
Ridder Jolan komt piepen aan de deur,
Oei Kamil,
Nog zo laat op stap,
Kom vlug binnen,
Het is veel te koud.
Och Jolan,
Zucht ridder Kamil,
Ik ben naar buiten gegaan om een luchtje te scheppen en heb de deur van mijn toren dicht gedaan,
Maar ik was mijn sleutel vergeten mee te nemen en nu kan ik niet meer binnen en het is zo koud,
Ik sta hier te beven en te rillen.
Kom,
Zegt ridder Jolan,
Loop maar gauw door naar het haardvuur,
Zet je maar in de zetel en ik breng je een kom lekkere warme pompoensoep die ik deze morgen nog gemaakt heb.
Daar zit ridder Kamil aan de open haard en kijk,
Hij begint ook al wat te dampen,
Hier en daar ontsnapt er wat stoom aan ridder Kamil zijn kleren en zijn schoenen heeft hij ook al uitgedaan.
Daar zit hij dan,
Lekker uitgestrekt in de zetel,
Hij vriemelt wat met zijn tenen en drinkt van die heerlijke soep.
Lekker Jolan,
Jij kan echt lekkere,
Heerlijke warme soep maken en daar zitten de twee vrienden terwijl het buiten nu helemaal donker is.
Het is intussen al hard aan het sneeuwen en ook de wind gaat veel tekeer.
Kom,
Zegt Jolan,
Ik heb hier in de zetel een kussen en een deken gelegd,
Dan kan je daar slapen en kijken we morgen wel hoe het verder moet en we die deur van jou openkrijgen.
Wanneer Kamil de volgende morgen wakker wordt,
Rekt hij zich uit en gaat zich snel wassen in de keuken.
Zou hij al wat koffie maken of thee of zou hij dat eerst moeten vragen of dat mag?
Hij kijkt door het keukenraam,
Alles is nog steeds wit maar hij kijkt nog eens,
Oei oei de sneeuw ligt bijna tot onder het vensterraam.
Jolan is intussen ook opgestaan en ziet Kamil in de keuken staren naar buiten.
Hij komt dichterbij en dan ziet hij ook dat de sneeuw er zo dik bij ligt.
Hola,
Nu moeten we toch eens hier zelf aan de voordeur gaan kijken,
Zegt hij.
Met veel moeite krijgen ze de deur open en er valt sneeuw naar binnen,
Die ligt wel één meter hoog.
Dat is me wat,
Zegt Jolan,
Hoe geraken we nu tot bij jouw toren?
Daar weet Kamil niet onmiddellijk een antwoord op.
Kom,
We gaan eerst ontbijten,
Met een volle maag is het makkelijker om na te denken en plannen te maken.
Zo gezegd,
Zo gedaan.
Vooruitziend zoals hij is,
Heeft Jolan een goede voorraad eten ingeslagen.
Hij is de hele zomer bezig geweest met groenten te oogsten en in te maken.
Weet je wat dat is,
Inmaken?
Nee?
Vraag het dan eens aan je mama of papa,
Of beter nog,
Aan je oma en opa.
Die hebben dat bij hen thuis zeker nog gezien en als kind zeker en vast nog geholpen om die groenten te kuisen,
In glazen wekpotten te steken en dan in een grote ketel te steriliseren.
Jolan heeft ook nog een ganse voorraad aardappelen in zijn kelder opgeslagen.
Zo kan hij de winter zonder zorgen doorbrengen in zijn knushuis.
Ridder Kamil heeft echter heel de zomer met zijn rijdier,
Elam Schoffel,
De velden en wegen onveilig gemaakt,
Met de daarin rond te hossen en hier en daar wat eten bij je in te sprokkelen.
Jagen doet hij niet.
Met bessen,
Knollen,
Paddenstoelen kan je ook heerlijk eten maken en als hij in de winter honger heeft,
Dan hupt hij binnen bij Ridder Jolan.
Daar is hij altijd welkom,
Want Ridder Kamil,
Die kan met zijn handen toveren.
Geef hem wat planken en vijzen en hij maakt er kasten mee,
Rekken,
Hij herstelt daken,
Kranen,
Hij kan van alles.
Nu zitten ze samen in de zetel bij de lekkere warme haart te plannen hoe ze toch in die toren kunnen geraken.
Zegt Jolan,
Misschien was het toch niet zo slim van jou om die achterdeur van de toren toe te metsen.
Die kon altijd open.
Ah wel ja,
Daar zeg je het.
Iedereen kon die open krijgen,
Reageert Kamil.
En wat was daarvan dan het probleem,
Vraagt Jolan.
Wel,
Dat iedereen dan binnen kon,
Ook de dieven zegt Kamil.
Maar,
Antwoordt Jolan,
Hier zijn toch geen dieven.
Die zijn hier nooit geweest,
Vroeger niet,
Nu niet en die zullen er nooit zijn.
Ja,
Dat is waar.
In het geheime IJkenbosland zijn er geen dieven of stroppers of wat dan ook waar je bang van moet hebben.
Ja,
Je kan al weleens een beer tegenkomen,
Of een wolf of een everzwijn.
Maar dan blijf je gewoon rechtop staan.
Je loopt niet weg.
Je knikt en zegt goedemorgen of goedenavond.
Je stapt traag achteruit en dan ga je weer verder langs een ander pad.
Zo gaat dat in IJkenbosland.
Het begint weer te sneeuwen,
Als maar meer.
En kijk,
Nu komt de sneeuwlaag al voorbij het raam.
Ho,
Jammert ridder Jolan,
Daar gaan we niet door geraken.
En dat zal nog lang duren eer dat allemaal zal gesmolten zijn en we buiten kunnen.
Maar ridder Kamil denkt er diep na.
Hij krijgt zelfs diepe rimpels in zijn voorhoofd.
Zijn wenkbrauwen zijn zo gefronst dat ze bijna aan elkaar gegroeid lijken.
En plots klaart zijn gezicht op.
Zeg Jolan,
Heb jij nog stukken van die beukenboom liggen die vorig jaar omgevallen was en waar ik al enkele rekken uitgemaakt heb?
Jolan knikt en ze gaan door de keuken naar het achterliggend ateliertje.
En ja hoor,
Daar liggen nog enkele planken.
Wat ga je daarmee doen,
Vraagt Jolan?
Wel,
Zie je die twee planken?
Ik ga die wat afronden en dunner schaven met vooraan een opkrullend tipje.
En dan hebben we ieder een sneeuwplank.
En als ik dan nog enkele borstels stelen van je mag lenen,
Ga ik aan de onderkant daarvan een ronde schijf op vastzetten.
Camille slaat aan het zagen,
Schaven,
Hameren,
Vijzen dat het een lieve lust is.
Klaar roept hij,
Kom Jolan,
We gaan naar boven.
Boven gekomen doet hij het raam open.
Het is gestopt met sneeuwen en een waterachtig zonnetje prijkt aan de hemel.
De sneeuwlaag komt tot onder het slaapkamerraam.
Voorzichtig legt hij de sneeuwplank buiten op de sneeuw,
Kruipt door het raam en gaat wat wankel op de plank staan met in elke hand een borstel stelen.
Het lijkt wel op een snowboard met skistokken.
Oei Camille jongen,
Straks ga je nog door de sneeuw zakken en dan zal ik je moeten uitgraven roept Jolan.
Maar kijk,
Daar blijft Camille staan bovenop de sneeuw.
Voorzichtig beweegt hij zijn stokken en ja,
Hij gaat vooruit.
Kom Jolan,
Kom mee,
We gaan naar mijn woontoren.
Jolan gooit zijn plank door het raam en wipt erop.
Hij is zo snel dat hij er gezwind van doorgaat.
Zou hij al ooit eerder geskiet hebben?
Als maar sneller gaat het bergaf,
Recht naar de woontoren van Camille.
Wauw roept ridder Jolan,
Heerlijk glijden zo op de sneeuw.
Waarom hebben we dat nooit eerder gedaan?
En daar gaat ook Camille.
Ze snellen naar de toren en stel je voor.
De sneeuw ligt zo hoog dat Camille langs het raam binnen kan.
En het eerste wat hij doet is de sleutel zoeken en op zak steken.
Het is intussen al donker en Camille steekt de haard aan in zijn toren.
Daar zitten beide ridders,
Vrienden,
Zalig te staren in het vuur,
Gezellig bijeen.
Sst,
Kom,
We laten ze met rust.
Gauw terug door de tunnel naar huis.
Snel,
Snel,
Voor de tunnel dicht gaat.
Dag IJkenbosland,
Dag ridder Camille,
Dag ridder Jolan.
Maak kennis met je leraar
4.2 (54)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
