
Rust in je hoofd #5 - Reizen naar dierbare momenten
Tijdens een experiment liet ik 100 mensen in hypnose hun meest dierbare moment beleven, een moment ‘waarop de tijd mocht blijven stilstaan’. De suggestie tijdens de zelfhypnose was deze: Laat je onbewuste terugkeren naar een moment waarop je een gevoel had dat eeuwig zou mogen blijven duren. Mensen vertelden me als een reporter ter plaatse, in welke situatie ze zich bevonden, al was die situatie niet belangrijk, wel het gevoel dat ze beleefden.
Transcript
Welkom op deze aflevering van Rust in je Hoofd.
Ik zal je willen uitnodigen om dat arme hoofd even tot rust te laten komen,
Door de knop om te draaien en op te gaan in de beleving,
In de flow-ervaring,
Waardoor denk- en piekerprocessen naar de achtergrond verschuiven en het hoofd tot rust kan komen.
Dit keer doen we dat in een wat ongewone formule.
De opname bestaat uit verschillende fragmenten,
Waarvan je er telkens één of meerdere na elkaar kan beluisteren afhankelijk van waar je dit keer zin in hebt.
Uiteraard kan je ook het geheel beluisteren,
Maar dat loopt al gauw op tot een klein uur,
Terwijl deze aflevering eigenlijk bedoeld is voor zeer korte belevingen,
Tenminste wanneer dat je je beperkt tot één verhaal.
En op die manier kan je deze opname gebruiken als je maar vijf minuutjes de tijd hebt.
Omdat de verhalen elkaar opvolgen,
Beginnen we met een korte,
Eenmalige lichamelijke beleving van rust,
Die heel eenvoudig is en die je zelf kan herhalen als je op een later moment een ander verhaal wil beluisteren.
De verhalen zijn de belevingen van mensen die ik heb uitgenodigd om een dierbaar moment uit hun leven te herbeleven.
Een moment waarvan je zeggen zou,
Laat nu de tijd maar stilstaan.
Het gaat daarbij niet om die situaties die ze beschrijven,
Maar om het gevoel dat ze hadden in die situaties.
De situaties zelf zijn vaak banaal,
Maar de beleving die ze meeprachten,
Waren van die aard dat men zeggen kon,
Laat dit gevoel maar eeuwig blijven duren.
Als je dan toch een gevoel moet meenemen ooit naar de eeuwige jachtvelden en je mag er maar eentje meenemen,
Laat het dan dit zijn.
En misschien,
Luisteraar,
Ontlokken deze verhalen ook een herinnering en een herbeleving van een dierbaar moment uit je eigen leven.
Een plekje uit Le Petit Paradis du Souvenir,
Waar het fijn is om even te vertoeven en het hoofd tot rust te laten komen.
Maak het je makkelijk en sluit je mooie ogen.
En dan zou ik je willen uitnodigen om heel eenvoudigweg eventjes te gaan surfen op de golven van je ademhaling.
En daartoe kan je eenvoudigweg je aandacht laten gaan naar hoe dat een inademing zich manifesteert in jouw lichaam en op welke plekken.
En hoe en op welke plekken een uitademing zich manifesteert.
En de overgang tussen de twee.
En terwijl dat je dat doet,
Kan je ook even focussen op de raakvlakken van jouw lichaam met de ondergrond waarop dat je zit of ligt.
En voelen hoe dat die contactpunten van moment tot moment veranderen.
Ze kunnen wat uitdijnen.
Ze kunnen zich wat verplaatsen.
Ze kunnen warmer worden.
Of een tinteling geven.
Of een ander gevoel.
En ik zou je willen uitnodigen om telkens als je een verhaal beluistert,
Van dat even vooraf te laten gaan door kort even te surfen op die golven van je ademhaling.
En je aandacht te focussen op de raakvlakken van jouw lichaam met de ondergrond waarop dat je zit of ligt.
Maak het je makkelijk en laat je mooie ogen maar dichtvallen.
Om je op die manier te kunnen inleven in een dierbare ervaring van Guido.
Guido is een copywriter,
Eind de vijftig,
En gaat in zijn beleving terug naar een moment toen hij zeventien was.
En hij op een vijf de bamba danst.
De bamba was een hele populaire manier om in de jaren zeventig,
Tachtig,
Contact te leggen met meisjes of jongens en eventueel een romance te starten.
Dit is het verhaal van Guido.
Een bamba komt meestal na een rocknummer,
Maar soms ook na een slow.
Je moet de dj dus heel goed in de gaten houden en je oren spitsen.
Of,
Met een beetje lef,
Het zelf gaan vragen.
Ik ben zeventien en als de eerste tonen van de bamba weer klinken en het gejoel van de naar de dansvloer stormende menigte oplaait,
Keer ik mij naar de baar,
Alsof ik mij niet wens te vereenzelvigen met zo'n massahysterie.
De eerste momenten kijk ik dan ook quasi onverschillig naar de meute die zich met veel moeite tot een cirkel wringt.
Maar ik reken er natuurlijk wel op dat een paar vrienden me straks zullen komen halen om mee te doen en ik me,
Zogezegd onder druk,
Toch laat meevoeren naar die bizarre groepstans.
Want ik wil vanavond iemand binnen doen.
En daar vormt de bamba een uitgelezen manier toe.
Ik heb haar al weken op het oog.
En ja,
Ze heeft nog geen enkele bamba overgeslagen,
Dus zal ze nu ook wel in de menselijke cirkel hangen,
Die intussen op de tonen van If I Had a Hammer ronddraait.
Of misschien is ze een van degenen die meteen in het midden zijn gestapt om na een rondgang,
Waarbij het potentieel aan kandidaten wordt ingeschat,
Een slachtoffer uit de cirkel te lokken en er,
Al dan niet op de knieën,
Drie kussen mee uit te wisselen.
Zelf breek ik nu ergens de ketting open om tussen twee vreemden te gaan hangen en met de armen over hun schouders mee te hotsen op de al dan niet ritmische melodie.
En dan is het afwachten tot iemand je komt halen.
Dat kan soms heel lang duren.
Het ergste dat je kunt meemaken is dat er niemand jou komt halen.
Dat is pas een afgang.
Maar gelukkig gebeurt dat slechts zelden.
Quasi nonchalant,
Je mag zeker geen ongeluk laten blijken,
Alsof je nog maar net terug in de cirkel bent,
Kijk je achterloos voor je uit en met een schuine blik volg je degene in het midden waarvan je wel zou willen dat ze bij jou bleven staan.
Zo eentje,
Of een ander,
Zelfs de lelijkste,
Dat doet er niet toe,
Als je maar in het midden komt,
Want dan kun je zelf gaan kiezen,
Die jou komt halen,
Kan dat op heel veel manieren doen.
Sommige wenken met het gekromde wijsvingertje,
Andere gaan gewoon pal voor je staan en nog anderen vallen je plomp om de nek.
Dan gebeurt de uitwisseling van de zoenen.
Afhankelijk van de boodschap die je wilt geven,
Je laat me koud,
Ik heb je graag,
Ik ben gek op je,
Geef je die vluchtig achter het oor in de lucht,
Traag hem bewust en lang op de kaken of vanuit de mondhoeken steeds dichter naar het centrum.
Ik loop nu al een poosje in het midden van de cirkel op zoek naar het meisje dat ik wil binnen doen.
Eindelijk heb ik haar gevonden.
Ik stap langs haar alsof ik naar iemand anders op zoek ben,
Doe even verrast alsof ik haar nu pas opmerk,
Blijf voor haar staan en draai mijn hoofd met een uitnodigend zwaaitje naar links en glimlach.
Ze komt naar voren.
Ik neem haar bij de schouders en geef haar traag de eerste zoen op de linkerwang,
Dicht bij de mondhoek.
Voor ik de tweede geef,
Wacht ik haar reactie af.
Draait ze haar hoofd nu ver de andere richting uit,
Zodat mijn tweede achter haar oor belandt,
Dan weet ik dat ik het vergeten kan.
Maar dat doet ze niet.
Integendeel,
Ik mag zelf kiezen waar ik haar kus.
Rechts van haar mond,
Maar nog dichter bij haar lippen nu.
En dan de derde zoen.
Helemaal op de mond kussen durf ik niet,
Vind ik ook nogal lomp.
Je mag niet teveel ineens blootgeven vind ik.
Er moet een zekere spanning blijven bestaan.
Dus geef ik de derde weer links,
Maar nog een klein beetje dichter bij haar lippen.
Ik zeg beleefd,
Dank u.
We draaien,
Ik neem haar plaats in en zij komt in het midden van de cirkel en stapt door.
Zal ze mij ook komen halen?
Niet meteen natuurlijk,
Dat zou te opvallend zijn.
Maar straks moet ze mij weten te vinden in die massa voor de bamba over is.
Of lukt het niet,
Omdat ik weer in het midden terecht gekomen ben.
Op een bepaald moment,
Ik heb haar niet meer gezien,
Ben ik op mijn kivive.
Als het straks plots afgelopen is met de bamba,
Is het zaak haar meteen terug te vinden om de sloog te kunnen dansen die traditie getrouw volgt.
Maar dat moet vlug gebeuren,
Want hoe vaak heb ik het al niet meegemaakt dat een ander sneller was dan ik en er al die sloogs tegenaan bleef plakken.
En dan ben je haar kwijt natuurlijk.
Zodra ik de bamba hoor uitlopen,
Begin ik kortzachtig naar het meisje te zoeken.
Ik zie haar nergens.
Ik kan nu moeilijk zo'n nozel blijven staan rondkijken op die leeglopende dansvloer,
Dus ik ga met een schijnbare doelgerichtheid terug naar mijn plaats aan de baar,
Maar ondertussen schieten mijn ogen alle kanten uit om haar alsnog te detecteren.
En ja,
Ik zie haar aan de andere kant van de dansvloer een praatje maken met een jongen.
Ik aarzel.
De eerste tonen van Nights in White Satin weer klinken.
Dit is mijn ultieme kans.
Ik kraap al mijn moed samen en loop naar haar toe.
Op het gevaar af mij eeuwig belachelijk te maken,
Vraag ik haar ten dans.
Gelukkig glimlacht ze en knikt van ja.
De lichten doven en gaan over op de schemerverlichting.
Ik leg mijn armen om haar heupen,
Zij de haren om mijn nek.
Onze lichamen beginnen te wiegen op het ritme van het bekende deuntje.
We zeggen niets.
Alle aandacht gaat naar de lichaamstaal.
De letterlijke afstand die onze lichamen ten opzichte van elkaar zullen innemen tijdens deze dans,
Zal de figuurlijke afstand van intimiteit uitdrukken die we met elkaar wensen.
Ik trek haar niet dichterbij,
Maar na een poosje voel ik dat ze dichter tegen mijn lichaam danst.
Ik voel haar ademen.
Tijdens de tweede nummer,
Daydream,
Legt ze plots haar gezicht tegen het mijne,
Cheek to cheek.
Laat me zomaar blijven dansen,
Een eeuwigheid lang.
Dit is een verhaal van een dierbaar moment dat ik zelf meemaakte.
Ik heb mezelf in hypnose gebracht,
Via technieken van zelfhypnose.
En ik kwam uit op een moment dat ik ongeveer vier jaar was.
Ik ben samen met mijn vader in zijn atelier.
Door het kleine raam valt een prachtige bundel licht.
Ik wil die pakken en grijp ernaar.
Net in die lichtbundel staat mijn vader voorovergebogen en wrijft met zijn handen intens door zijn korte haar.
Later merkte ik dat hij haast nooit zijn haar waste,
Maar het wel regelmatig schoon wreef.
In de lichtbundel dansen duizenden kleine stofjes die uit zijn kop lijken te komen.
Ik blijf er gebiologeerd naar kijken.
En ook als vader alweer weg is,
Blijven er nog stofjes nadansen.
Pas als ze helemaal zijn verdwenen,
Ga ik door met mijn werk.
Voor mij ligt een dode vogel,
Ernaast een potje zalf dat ik zelf heb gemaakt,
Een mengeling van schoonsmeer,
Vet dat mijn vader in een potje had gedaan om de zagen mee in te smeren,
Wat verf uit mijn verfpotjes,
De restjes tabak uit een peukje en nog wat occasionele ingrediënten van de dag zelf.
Heel zorgvuldig wrijf ik de vleugels van het diertje in met mijn wonderzalf.
Als ik klaar ben,
Zet ik het raam open en leg de vogel op het venster plat.
Dan weet ik dat ik moet wachten tot de volgende dag.
Als ik de volgende ochtend ga kijken en merk dat de vogel weggevlogen is,
Weet ik dat ik mijn roeping gevonden heb.
Wat volgt is een dierbare herinnering van Barbara,
Een champignonkweekster.
Het ronde gevoel.
Mijn grootouders hebben een nieuw bed gekocht.
Ik ben dertien en we liggen met zijn drieën op de matras.
Er valt een zacht licht binnen en ik voel me heel ontspannen.
Mijn grootouders praten over hun jeugd en over de andere familieleden,
Hoe ze op de name kwamen van hun kinderen en nog een heleboel anekdotes.
Door hun verhalen over de familie krijg ik het prettige gevoel ergens bij te horen,
Mij te situeren in de geschiedenis en deel uit te maken van zoiets als een bloedband.
Maar er is ook de speciale sfeer van het moment zelf,
Die gecreëerd wordt door de eigenaardige houding van waaruit gepraat wordt.
We liggen de hele tijd met z'n allen dicht bij elkaar op het bed en kijken naar het plafond.
Als we praten kijken we elkaar weinig of niet aan,
Maar misschien daardoor juist is er een veel grotere ontspanning en echtheid.
Ik voel in elk geval een zeer intense verbondenheid met hen,
Een rond gevoel van een cirkel die ons verbindt of omsluit.
En het is bij Barbara dat rond gevoel dat ze net beleefde dat opeens een nieuwe situatie oproept.
Ik ben 22 jaar en verblijf in Korea.
Een vriendin neemt me mee voor een bergtocht.
Ze heeft een zeer sterke persoonlijkheid met een bijzondere uitstraling als van iemand die het leven begrijpt.
Terwijl die bij anderen het resultaat is van een leven lang mediteren,
Heeft zij die uitstraling altijd al gehad,
Ook als kind.
We klimmen langs een glibberig paadje naar boven.
Het heeft gesneeuwd en we glijden makkelijk uit.
Het is echt vallen en opstaan.
Maar af en toe ontmoeten we anderen,
Mensen die ook op pad zijn.
En dan gebeurt er telkens weer iets dat mij zo pakt.
Mensen zijn hier namelijk heel erg betrokken op elkaar en dat uiten ze door de tips die ze elkaar spontaan geven,
Door praktische hulp en door de mandarijntjes die voortdurend aangeboden worden.
En ook door hun spontane bezorgdheid.
Voor hen is het heel belangrijk dat iedereen goed aankomt en dat iedereen zich goed voelt.
Ik zie nog de rijkende handen voor me van een meneer met zijn dochtertje.
Die betrokkenheid van de mensen,
Die hier eigen is aan hun cultuur,
Ontroert me sterk.
Samen en in combinatie met de indrukwekkende natuur om me heen,
Bezorgt het me opnieuw dat ronde gevoel.
Alsof ik deel uitmaak van een cirkel.
Lang lopen.
Dit is een herbeleving van Francine,
Een Germaniste.
Ik herbeleef één situatie,
Maar op twee verschillende tijdsmomenten.
Het eerste moment.
Ik ben 31 jaar en zit in een bus.
We staan geparkeerd in de haven van Calais,
Klaar om in te schepen naar Engeland.
In de bus zit een groep lange afstandslopers.
Het is maart en een ongelooflijk mooie dag.
Het is wellicht de eerste echt zonnige dag van het jaar,
Alsof de zomer zich vergist heeft en onverwacht uit de coulissen treedt.
Ik ben blij met deze stravende dag,
Blij dat ik deze primeur meemaken mag.
Een warm besef,
Deze dag,
Deze reis,
Kan niet meer stuk.
Maar ik voel ook nog wat anders.
De anticipatie van wat nog komen gaat.
Meestal anticiperen mensen negatief,
Maar ik anticipeer deze keer voluit positief.
Ik ga een droom waarmaken.
Ik ga een marathon lopen en ik ben ernaar op weg.
Ik ben één en al gulle onvoorwaardelijk positieve verwachting.
Zo slinger ik tussen het geluk van het heden,
Deze prachtige dag,
En de verlokkende gedachten aan morgen,
Mijn eerste marathon.
Zo zweef ik ook tussen toekomst en heden.
Het tweede moment.
Ik ben aan het lopen.
Het is het Hengelse platteland.
Overal langs de weg roepen mensen je hun steun toe.
Ze zijn zo lief,
Zo begaan.
Hun woorden geven je kracht.
Zelfs de politiemannen moedigen je aan.
Plots zie ik een bordje staan met de resterende kilometers tot de eindmeet.
Ik ben verrast.
Nog maar zo ver.
En ik weet niet wat ik dan het eerst voelde,
Die kardinale bewustwording in mijn hoofd,
Dat ik het ga halen of die opstoot van energie in mijn lichaam.
Wat ik zeker weet is dat ik plots de andere inhaalde,
Maar ook dat het zo moeiteloos ging.
Ik hoefde mijn lichaam niet meer te verplaatsen.
Het was niet langer ballast die je de ruimte in moest slingeren.
Nee,
Ik voelde mijn lichaam niet meer.
Het was zo licht geworden dat het zijn eigen leven was gaan leiden.
Mijn lichaam liep vanzelf en het liep zo goed,
Zo veel beter dan ik ooit had durven dromen.
En ik hoefde me er niet eens mee te bemoeien.
Het ging als vanzelf.
Jarenlang had ik gedroomd van een prestatie als deze.
Steeds had ik het voor onmogelijk gehouden en nu gebeurde het,
Moeiteloos,
Als in een droom.
Mijn geest is gedompeld in een zalige verwondering over mijn lichaam en ik,
Ik ben die twee,
De verwondering en dat lichaam die de marathon loopt.
Een diep geluk ankert zich in mij.
Leuvense Stoof is een verhaal van Riet.
Riet is een arts en wordt in de herbeleving teruggevoerd naar een ervaring toen ze vier was.
Ik sta naast de Leuvense Stoof,
De stoof van mijn grootouders.
Die is lichtgroen met een bloemetjesmotief en op de zwarte pot schildert de hitte een oranje gloed.
Ik hoor het kokende water pruttelen in de ketel die op het vuur staat.
Boven de stoof hangen handdoeken te drogen en de geur van de seldersop,
De sodakristal,
Die zich opgelost hadden in het waswater en die mijn neusgaten binnentringt.
Alles speelt zich af rond de stoof.
Poezen liggen te ronken,
Mensen komen zich warmen,
Het is er heel gezellig en geborgen.
Wat verder op de kast zie ik een blikkendoos staan met de doosjes schoensmeer waarvan de geur me nooit meer zal verlaten.
De metalen doosjes hebben een vlindertje als sluiting dat je moet omdraaien om het te openen.
Ik hoor het tikken van de klok aan de muur.
De tijd mag stilstaan nu.
Rots in de branding is een herbeleving van Vincent.
De momenten met mijn hond behoren tot de meest dierbare van mijn leven.
Eigenlijk is die hond voor mij als zestienjarige de enige met wie ik echt contact heb.
Hij begrijpt me ook zo goed en ik hem.
Terwijl de anderen in mijn omgeving,
Ouders,
Leraars,
Familie,
Zelfs vrienden,
Voortdurend moeite doen om mij te veranderen of in een bepaalde richting te duwen.
Accepteert hij me eenvoudig weg zoals ik ben en omgekeerd.
Ik heb het ook nooit in mijn hoofd gekregen om van hem een ander te maken.
Kortom,
We nemen elkaar zoals we zijn en dat maakt de relatie voor mij tot mijn rustpunt.
Hij is ook altijd blij als hij me ziet en hij is dat oprecht.
Ik heb nooit aan zijn gevoelens hoeven te twijfelen.
Terwijl je het bij mensen maar nooit weet en een liefde,
Vriendschap of sympathie is altijd voorwaardelijk.
Elke ochtend als ik opsta en elke dag als ik thuis kom van mijn school maakt Dufault vreugdesprongen van blijdschap omdat hij me ziet.
Ik ben wellicht nooit zo graag gezien geweest als door die hond.
En hij is er ook altijd.
Het is een eeuwige toeverlaat,
Een rots in de woelige branding van mijn adolescentiejaren.
Zo'n dier,
Dat is pure eerlijkheid.
Die denkt niet na,
Is niet beredeneerd en vooral doet nooit alsof.
Je weet altijd waar je aan toe bent en dat brengt zo'n rust.
Rust komt er ook door de gewoonten.
De repetitieve handelingen zoals het eten geven,
Het knuffelen,
Het zoezen of de dagelijkse wandeling.
Dat beeld van zijn kop,
Hoe hij zijn oren spitst en zijn blik vol vuur komt als ik de lijband neem.
De herhaling van deze eenvoudige dingen,
Eigenlijk zijn om de wereld,
Bezorgt mij een prettig soort evenwicht.
Het is ook een zekere liefde.
Ik hoef me nooit af te vragen of hij wel echt van me houdt.
Niet angstig te zijn dat zijn liefde zou afnemen of zich naar anderen zou richten.
Ik weet ook dat hij niets meer van mij wil dan er te zijn.
En dat is voor mij ook zo.
Ik verwacht ook niets meer van hem dan dat hij er gewoon is.
Doordat er geen verwachtingen zijn waaraan beantwoord moet worden,
Is er ook geen druk.
Met zo'n hond maak je geen plannen voor de toekomst,
Haal je ook geen herinneringen op.
Er is alleen het plezier van het samen zijn in het hier en nu.
Theresa's Knie is een herbeleving van Juan,
Een danser.
Al jaren ben ik verliefd op Theresa,
Maar ik heb haar nooit mijn liefde durven te bekennen,
Uit angst voor afwijzing.
Ik ben 27 en heb zeker geen minderwaardigheidscomplex,
Maar bij de schoonheid,
Innemendheid en persoonlijkheid van Theresa verdwijn ik in het niets.
Dat besef ik zeer goed.
En daarom kun je van een soort berekende lafheid spreken.
Ik heb mijn kansen nooit echt gewaagd en heb mij door de jaren heen stilaan verzoend met deze weinig geldhaftige houding.
Tot vandaag.
Is het omdat we elkaar nu al 10 jaar kennen en intussen een aardige vriendschap hebben opgebouwd?
Ik weet het niet.
We zitten in een jazzclub in Barcelona,
In de buurt van de Plaza Real,
Samen met haar vriendin Conchita.
Theresa is ravissant als altijd en draagt een heel licht zomerjurkje,
Eenvoudig wit met bloemetjes.
Al vrij snel is mijn oog op haar blote knie gevallen,
De linker,
Ik zit ook links van haar.
En ik betrap me er geregeld op dat ik in de loop van het gesprek alibis uitvind om steeds opnieuw naar haar knie te kunnen kijken.
Ik laat wat vallen,
Ik heb zogenaamd jeuk aan mijn rechterbeen,
Verschuif mijn stoel.
Ik raak steeds meer gebiologeerd door die knie.
Alsof heel mijn verlangen naar haar als persoon,
Dat zich over al die jaren heen heeft geaccumuleerd,
Zich nu plots projecteert op die knie.
Ik wil doodgraag mijn hand op die knie leggen,
Maar in mijn hoofd ontstaat er een hels gevecht tussen een ikje redelijk,
Doe dat toch niet,
En een ikje passie,
Doe het!
Tegelijk is er een derde ikje,
Diegene die het gesprek op automatische piloot houdt,
Lacht en reageert alsof er geen vuiltje aan de lucht is,
Maar die zich onder mijn schedeldak verschrikkelijk moet inspannen om niet verdrongen te worden door die twee anderen.
En plots,
Alsof mijn lichaam het overneemt,
Merk ik dat mijn rechterhand omhoog komt.
Alsof een onzichtbare ballon wordt vastgemaakt aan mijn pols en de wind van links komt,
Zie ik tot mijn eigen verbazing mijn hand naar rechts zweven.
Tot boven Teressa's knie en dan heel zachtjes landen op die knie.
Ik ben wellicht even verrast als Teressa en weet niet meer wat te doen of te zeggen.
Ik kijk haar aan,
Ze glimlacht en legt haar hand op de mijne.
Ik voel een enorme spanning in me opkomen.
Hoe moet ik hier nu in godsnaam op reageren?
Ik kan toch moeilijk zeggen dat niet ik,
Maar mijn arm mijn hand op haar knie gelegd heeft?
Mijn lichaam redt me voor de tweede maal.
Ik voel me plots heel prettig beginnen draaien.
Wat er daarna gebeurt weet ik niet meer,
Behalve dan dat de toestand waarin ik vertoef heel prettig is.
Een soort buitenaards paradijselig gevoel als in een heel aangename troom.
Later wordt me verteld dat ik flauw ben gevallen,
Maar dat het maar enkele seconden heeft geduurd.
In mijn beleving echter lijkt het alsof ik uren heb doorgebracht in een roes waarvan ik vermoed dat het zoiets is dat opiumsnuivers verslaafd maakt.
Het was alvast een van de dierbaarste momenten van mijn leven.
Over diekkoppen en een broertje.
Dat is een verhaal van Mathilde,
Universiteitsprofessor.
Heel mijn jonge leven is gedomineerd door één enkele fixatie,
Een broertje krijgen.
Een zusje mocht desnoods ook nog als er maar een einde kwam aan dat ellendige alleen zijn thuis.
Steeds opnieuw zeurde ik mijn ouders de oren van hun kop,
Tot mijn moeder op een keer zei Luister eens hier,
Daar beslissen wij niet over,
Maar die hier.
En ze wees naar een kruisbeeld.
Van die dag af ben ik vervent beginnen te bidden.
Elke avond voor het slapengaan zat ik op mijn knietjes met gevallen handen mijn gebedje te doen.
De ogen op een kruisbeeldje gericht dat boven mijn bed ging.
Mijn gebedjes waren wel zeer doelgericht en diegenen die we op school leerden werden meteen aangepast zodat die aan het kruis willen zou snappen waar het mij om te doen was.
Ik had ook zo mijn eigen gebedjes gemaakt,
Zoals Lieve Jezus,
Geef mij alsjeblieft gauw een broertje.
Als ik groot en sterk ben,
Dan zal ik uit dankbaarheid het leger verslaan dat jou aan het kruis heeft genageld en zal ik met een tang alle spijkers eruit trekken.
Op een dag,
Ik ben dan negen jaar oud,
Neemt mijn moeder me apart en zegt Ik heb je iets heel belangrijks te vertellen.
Ik ben zwanger.
Je krijgt er een broertje bij,
Of een zussen.
Ik vraag meteen,
Weet papa het al?
Mijn mama zegt,
Nee,
Jij mag het hem zeggen.
Super ongeduldig wacht ik tot hij thuis komt.
Hij is amper binnen,
Of ik stap meteen naar hem toe.
Papa,
Ik heb groot nieuws voor je,
Maar je moet eerst gaan zitten,
Want je gaat omvallen van het schrikken.
Mijn vader zegt,
Zeg het me zomaar,
En hij blijft rechtstaan.
Ik dring aan dat hij gaat zitten,
Maar hij wil niet en blijft tegen de muur hangen.
Ik vertel het hem,
En hij valt pardoes op de grond.
Ik roep het uit,
Zie je wel dat hij ging omvallen van het schrikken?
Die dagen vertelt mijn moeder me ook dat ik het toch niet zomaar aan iedereen moet vertellen.
Even later komt mijn tante op bezoek.
Ik kan me niet inhouden.
Storm op haar toe en roep het uit,
We zijn in verwachting.
Ze beginnen allebei te schateren van het lachen.
Ik begrijp niet waarom.
In mijn beleving ben ik ook in verwachting.
Figuurlijk genomen was ik het overigens al veel langer dan mijn moeder.
Maar doordat ze steeds met mijn reacties moesten lachen,
Begreep ik ook wel dat ik niets wist over hoe de kindjes er kwamen.
Ik had al wat hints gekregen in de richting van de bijtjes en de hondjes.
Daarom begon ik onze honden te observeren en die waren blijkbaar net in een hitsige periode.
Ik heb toen gemerkt dat de ene op de andere kroop en dat ze wat deden samen.
Ik heb dat goed in het oog gehouden en de volgende keer heb ik op de klok gekeken hoe lang het duurde.
Dat was in totaal dertig minuten,
Maar ze begonnen altijd weer opnieuw.
Een tijd later beviel onze hond van zes puppy's.
Ik kreeg het even uit en ben dan tegen mijn moeder gaan zeggen,
Als ik ooit kindjes maak dan moet dat tien minuten duren want ik wil er twee.
Een aantal maanden later,
Mijn vader zegt me dat ik die dag maar eens dikkopjes moet gaan vangen in de vijver en daarna gaan spelen bij een vriendinnetje.
Daar zijn we juist de dikkopjes in een tijl aan het zetten als mijn vader binnenkomt en me vertelt dat ik een broodje heb.
Dat is het meest intense moment van mijn leven.
Vliegen kan,
Is een dierbare herinnering van Christel.
Het is vliegweer vandaag,
Dat wil zeggen een stevige bries.
Niet te warm,
Maar zeker ook niet te koud.
Ik ben zes en ga naar het muurtje aan de voorkant van het huis.
Vandaag zal het me lukken.
Ik zal verder kunnen vliegen dan de vorige keer.
Volgens mij is het zo dat wie voldoende moeite doet en niet te zwaar is,
Kan leren vliegen.
Het feit dat ik zelf nog geen mensen heb zien vliegen komt omdat ze niet genoeg geoefend hebben.
Mijn doorzettingsvermogen daarentegen zal heel groot zijn en het is vandaag het ideale weertje,
Een eerder warme,
Stevige bries.
Eerst zet ik een streepje op de grond,
Waar ik bij de vorige sprong ongeveer aangekomen was.
Vervolgens ga ik recht op het muurtje staan,
Ongeveer een meter hoog en begin met mijn armen te klapwieken.
Ik concentreer me en dan spring ik.
Tijdens die sprong probeer ik heel even horizontaal op mijn buik in de wind te gaan liggen en klapper dan heel snel met mijn armen.
En dan kom ik weer op mijn voeten terecht.
Voilà,
Verder dan het streepje van de vorige keer.
Ik zet een nieuw streepje en probeer opnieuw.
Ook dit keer spring ik verder.
Fantastisch!
Zie je wel dat het me zal lukken?
Binnen een half jaar zal ik tot aan het huis vliegen en iedereen zal paf staan en vol bewondering zeggen,
Onze Christel kan vliegen.
Maak kennis met je leraar
4.3 (20)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 34 million people. It's free.

Get the app
