
Yoga Nidra: vallende sterren, 3 adem methodes, Gayatri mantra, visualisatie.
A nidra following a star light practise, with 3 part breath, and visualization (also to overcome small spaces)
Transcript
Welkom,
Welkom bij je ogen en iedereen.
Welkom bij jezelf.
Je weet dat je hier veilig en vertrouwd ligt.
Veilig en wel.
Voel hoe het lichaam erbij ligt.
Ligt het warm genoeg?
Comfortabel?
Of heeft het nog iets nodig?
Dan is dit het moment om het nog even aan te geven of te veranderen.
Dat het lichaam contact maakt met de vloer,
De grond,
Met de bolster,
De puzzel,
De rug op het schapenvel.
Je voelt hoe het hele lichaam contact maakt.
Je bent je er helemaal bewust van hoe het lichaam contact maakt met de grond,
De ondergrond.
Je voelt dat je je helemaal kunt overgeven aan dit moment,
Aan dit moment in je ogen en iedereen.
Je hoeft helemaal niets te doen.
Je mag gewoon zijn.
Zijn wie je bent.
Stel dan een magische deken voor.
Een magische deken die je over je heen kunt trekken.
Op het moment dat die je lichaam aanraakt,
Voel je direct warmte en een zachte ontspanning ontstaan.
Stel je die magische deken voor en laat die vanaf je voetzolen over je voeten heen glijden.
Langs de scheenbenen en de kuiten.
Trek hem omhoog langs de dijbenen,
De lizen,
De handen,
Onderbuik,
Onderarm,
Bovenbuik,
Borst,
Bovenarm,
Langs je borst.
Trek die magische deken ook langs je gezicht,
Je kin,
Je mond,
Je kaken,
Je wangen,
Je neus,
Je ogen,
Je voorhoofd,
De bovenkant van je hoofd.
Trek die deken helemaal over je heen en voel wat het hele lichaam een aangename warmte voelt en zacht ontspannen is.
Ook al is de magische deken onzichtbaar.
Als je het niet fijn vindt dat de deken over je gezicht ligt,
Vouw je hem weer terug,
Zodat hij bij de schouders extra warmte geeft,
Extra ontspanning.
En je voelt dat het hele lichaam zich al helemaal klaargemaakt heeft om verder te gaan in de yoga nidra.
En stel je dan voor,
Stel je voor dat je bent op de plek waar je de nachthemel kunt zien,
De nachtlucht,
Donkerblauw,
Een hemel bezaaid met sterren.
Sterren die ontiegelijk oud zijn,
Waardoor wij ze kunnen zien.
En het is zo'n nacht dat er veel vallende sterren zijn en laat dan elke keer zo'n vallende ster de plek landen waar ik de naam van noem.
En op het moment dat die vallende ster jouw plek draagt,
Die ik opnoem,
Laat daar zacht zo'n lapis lazuli terechtkomen.
Op die plek is laat zo'n vallende ster de kruin van je hoofd raak.
En op het moment dat die je kruin van je hoofd raakt,
Verandert de aanraking in een prachtig edelsteen,
Een lapis lazuli,
Bovenop je hoofd.
De volgende vallende ster valt tussen de wenkbrauwen.
En door de aanraking van de vallende ster merk je hier ook op dat er zich een lapis lazuli bevindt.
Dan zie je dan zo'n ster in het kuiltje van de keel terechtkomen,
Bij de sleutelbenen.
En de lapis lazuli,
De prachtige blauwe kleur van lapis.
Dan zie je er een in je rechter schouder komen,
In de linker schouder.
Dan zie je een vallende ster in de rechter elleboog,
Linker elleboog.
En direct met die aanraking zie je zo'n lapis lazuli ontstaan.
In je rechter pols,
Je linker pols en op de toppen van je vingers en duim balanceren.
Vijf kleine lapis lazulus,
De duim,
Wijsvinger,
Middelvinger,
Ringvinger en pink van de rechterhand.
En op de duim,
Wijsvinger,
Middelvinger,
Ringvinger en pink van de linkerhand.
En als je dan met je aandacht teruggaat,
Dan zie je die prachtige edelstenen in hun prachtigste blauwe kleur stralen en schijnen.
Dan zie je het in de polsen,
In de ellebogen,
In de schouders,
Bij het kuiltje van je keel.
Dan zie je dan weer zo'n vallende ster vanuit die nachthemel in dat hartgebied,
Borstbeen,
Veranderen in zo'n prachtige lapis lazuli.
Later een ontstaan in de linker borst,
De rechter borst.
Een vallende ster in de navel en ook hier ontstaat zo'n lapis lazuli.
Een vallende ster op de rand van je schaambeen,
Diep in je buik.
En op de rechterheup,
De linkerheup.
Een rechter knie,
Linker knie.
Dan zie je die vallende ster jou aanraken,
Daar waar het aangeraakt is,
Zie je die lapis lazuli ontstaan.
Op de rechter enkel en op de linker enkel.
En op de toppen van de rechter grote teen,
Tweede teen,
Derde teen,
Vierde teen,
Vijfde teen.
En op de toppen van je linkervoet,
Linker grote teen,
Tweede teen,
Derde teen,
Vierde teen,
Vijfde teen.
En ook als je nu teruggaat met je aandacht,
Zie je die lapis lazuli oplicht,
Straalt schitterend in de linker en rechter enkel.
De linker en rechter knie.
De linker en rechter heup.
Midden in je buik,
Ter hoogte van je schaambeen.
De navel.
Het hartgebied.
Het kuiltje bij de keel.
De plek tussen de wenkbrauwen.
De kruin van je hoofd.
Je voelt en je ziet dat je bezaaid bent door die prachtige blauwe lazuli.
Elk onderdeel aangeraakt door zo'n prachtige vallende ster uit de nachtblauwe lucht.
Dat heeft omgezet die prachtige blauwe lazuli.
Je hele lichaam bezaaid in die prachtige kleur.
Je voelt ook direct je verbondenheid met de sterren van de nachtlucht.
Je voelt je verbonden met de sterren.
Het hele lichaam.
Je voelt het hele lichaam zwaar ontspannen,
Op de mat liggen,
In yoga nidra.
Het lichaam slaat.
Het geest is helder en wakker.
Laat het beeld van de sterrenhemel maar even vervagen.
Breng aan de aandacht en de gevoelstronen van het lichaam.
Zodat je kunt voelen dat je helemaal zwaar op de mat ligt.
Dat je helemaal zwaar contact maakt met de mat.
Dat je zo zwaar bent,
Dat je diep,
Diep wegzinkt in de mat.
Je voelt dat het lichaam dieper en dieper wegzinkt.
In ontspanning,
In zwaarte.
Dat het lichaam zo zwaar is dat bewegen nauwelijks mogelijk is.
Je voelt hoe het hele lichaam zwaar op de mat ligt.
En kun je dan ook een gevoel van lichtheid ervaren.
Naast het zware gevoel dat het lichaam heeft,
Is het mogelijk dat het lichaam ook licht kan aanvoelen.
Zo'n gevoel van poreuzheid,
Transparantie,
Gewichtloosheid.
Voel dat het hele lichaam lichter en lichter wordt.
Alsof het bijna zweeft boven de mat uit.
Het hele lichaam,
Helemaal licht.
Dan kun je dat zware en lichte gevoel loslaten.
En dan breng je de aandacht naar de ademhaling.
Je bent je ineens bewust van de ademhaling,
Hoe die in- en uitstroomt.
Hoe natuurlijk dat gaat.
Het in- en uitstromen van de adem.
Je voelt de adem.
Vooral bij de neus op dit moment.
Je voelt hoe de adem bij de neus in- en uitstroomt.
Je voelt de koele lucht naar binnen stromen.
En de warme lucht naar buiten.
Je voelt die lucht,
De luchtstroom.
Door twee neusschaten naar binnen.
En door twee neusschaten naar buiten stromen.
Je voelt die adem zacht in- en uitstroomt.
Kun je je voorstellen,
Met je aandacht,
De adem in te laten stromen door het linkerneusgat.
En uit te laten stromen door het rechterneusgat.
Inademen door het rechterneusgat.
En uit door het linkerneusgat.
En voel die adem wisselen.
Links in.
Rechts uit gaan.
Rechts in.
Links uit.
En vertrouwen op dat gaat.
Dat met jouw aandacht,
Met die intentie,
Het ook zo gebeurt.
Dat het links instroomt.
Rechts uit stroomt.
Rechts in.
Links uit.
Voel je adem.
En dan voel je die adem weer.
Door beide neusschaten stromen.
Je voelt hoe de adem weer door beide neusschaten in- en uitstroomt.
En dan laat je de aandacht vanuit het stuitje omhoog reizen,
Langs de ruggegraat omhoog naar de kruin.
En van de kruin stroomt de adem weer terug naar het stuitje.
Volg je adem.
In omhoog.
Uit naar beneden.
En dan laat je de aandacht rusten in het buikgebied.
En je voelt hoe de adem de buik optilt en weer neerdapt.
Voel de adem in- en uitstroomt bij het buikgebied.
En dan laat je de aandacht door de adem los.
De adem weet zijn eigen pad wel te vinden.
En breng dan de aandacht naar de plek waar je je beelden ziet.
Waar je de dingen ziet die langskomen die ik vertel.
De gevoelens die er misschien bij komen.
Emoties.
Laat ze zo goed mogelijk bij je langskomen.
Alsof het werkelijk zo is.
En vertrouw erop dat wat ik zeg veilig en vertrouwd is.
En stel je dan voor dat je bent op een plek op de aarde.
Dat je in een oerwoud bent.
Een groene omgeving.
Planten,
Bomen,
Struiken.
De meest geweldige bloemen.
In kleur en in vorm.
En vogels die af en aan vliegen.
Andere dieren die geluid maken.
Er helemaal bewust van.
Deze plek.
Stel je er zo goed mogelijk voor.
Een ruikteplek.
Ruik de geur van zo'n tropisch oerwoud.
Misschien de zoete geuren van de bloemen.
En je wandelt.
Vol verwondering door dit oerwoud heen.
Je verwondert je aan alle kleuren groen.
De planten.
Intens hoog.
De zonnestralen.
Die tussen de bladeren.
Naar de grond dwarrelen.
En je wandelt zo'n stuk.
Door het oerwoud heen.
En je voelt ook.
De warmte.
De vochtigheid.
En je wandelt door het oerwoud heen.
Tussen de planten door.
En je weet dat je er veilig en vertrouwd doorheen kunt lopen.
Je wandelt er doorheen.
Merkzaam van alles wat je ziet.
Wandel je door dat hele oerwoud heen.
En als je dat hele oerwoud doorkruist hebt.
Doorwandelt.
En aan de rand van het oerwoud bent gekomen.
Kom je uit.
Bij een droger omgeving.
Zanderiger.
Warmer.
En je ziet een rood-bruine aarde waar je overheen wandelt.
En je loopt richting een rotsformatie.
En als je bij die rotsen komt.
Dan zie je dat er een kloof doorheen gaat.
De eeuwenoude rotsen.
De erosie aangetast of gevormd.
Vormen een doorgang.
En je besluit hier doorheen te gaan.
De rood-bruine kleur.
Sterk.
Steekt prachtig af tegen de knalblauw lucht.
En je wandelt er doorheen.
En je verbondert je.
Aan de wanden van de rotsen.
Die hoog omhoog trekken.
Hoe dat allemaal gevormd is.
De glooiende lijnen.
Die je met je handen kunt volgen.
Voelen.
De textuur van de rots.
De zanderigheid.
Toch die glooien die erin zitten.
En je volgt dat pad door het kloof heen.
Af en toe omhoog kijken naar de lucht.
Naar de stralend blauwe lucht.
Maar zo tussen die rotsen in.
Loop je toch in de schaduw.
Voelt het misschien net iets koeler aan.
En zo wandel je.
Vol vertrouwen tussen die rotsen door.
Op elke plek waar je langskomt.
En je zo'n prachtige door erosie aangetaste rots ziet.
Aanraakt.
Wandel je door.
En dan als je een bocht omgaat.
Dan zie je aan het eind.
Aan de kloof komen.
Licht.
Aan het eind van deze tunnel.
En dan wandel je heen.
En op het moment dat je uit de kloof stapt.
Sta je in de stralende zon.
Je voelt de warmte van de zon op je huid.
De stralende zon.
Schitterend.
Straal.
Je loopt nog een stukje door.
Verwonderend.
Over wat je ziet.
En dan zie je.
Een klein meertje.
Met een waterval die erin uitkomt.
Het geluid van het stromende water.
In het meertje.
En het meertje heeft kraakhelder water.
Je ziet dat het meertje kraakhelder water heeft.
En je laat je handen door het water heen gaan.
En je voelt het water langs je handen stromen.
En je besluit.
In het water te stappen.
Want het voelt zo heerlijk aan.
En je voelt het water.
Precies de juiste temperatuur heeft voor jou.
En je zwemt naar de waterval.
Misschien kan je net achter de waterval langs zwemmen.
Zodat niet al dat harde water op je valt.
Maar dat je wel het gespetter.
En erachter kunt staan.
Het gevoel ervaren.
En dan besluit je.
Er weer uit te gaan.
Je stapt het water weer uit.
En omdat de zon nog zo heerlijk warm is.
Ben je ook gelijk weer droog.
Opgedroogd door de zon.
Maar je lichaam is helemaal verkwikt.
Opgeladen.
En zo wandel je weer verder weg.
Van het meertje van de waterval.
En je loopt door.
En je ziet dat de zon al dicht bij de horizon staat.
Je ziet dat de zon dicht bij de horizon staat.
En het moment dat die achter de horizon verdwijnt.
Komt er de duisternis.
De duister dus die omhoog komt.
De hemel steeds donkerder maakt.
Donkerblauw.
En ook nu kun je die sterren weer zien.
Een hemel donkerblauw.
Bezaaid met sterren.
En als je goed kijkt.
Dan zijn er ook nu weer van die vallende sterren.
En het lijkt wel.
Of als je die sterren weer ziet.
Je ook dat gevoel van elk punt in je lichaam weer voelt.
Die plekken.
Van de lapis lazuli.
Die bezaaid zijn.
De plekken.
De lapis lazuli.
Die zie je in de verte.
Een kampvuur.
En daar loop je naartoe.
Zodat je je kunt opwarmen.
Als de zon onder gegaan is.
Voelt het lichaam toch wat koud.
En bij het kampvuur kun je je weer opwarmen.
Je gaat met je gezicht naar het vuur zitten.
En je voelt de warmte van het vuur.
Je voelt hoe het warmte van het vuur.
Je gezicht.
De voorzijde van het lichaam verwarmt.
Je ziet.
Het dansen van de vlammen.
De kleuren die het heeft.
De vonken die omhoog dwarrelen.
Richting de sterren.
En als de voorzijde helemaal warm geworden is.
Draai je om.
Zodat de rug ook verwarmd kan worden.
Je gaat met je rug naar het vuur zitten.
En je voelt de warmte.
De hele rug verwarmen.
En in het flauwe licht wat het vuur voor je uitschijnt.
Kijk je weer naar die sterrenhemel.
Die schitterende sterren.
Daar aan de hemel.
En je blijft je verbonderen.
Aan al die sterren.
En dan hoor je zacht achter je.
Een mantra.
YONAPRACHODAYATSAVITURVARENYAM UREGASYADIMAHI DIYO YONAPRACHODAYAT En dan merk je.
Dat het vuur gedoofd is.
Het licht.
Niet meer duister is en donker.
Zodat heel langzaam de duisternis en de sterren wegtrekken.
En langzaamaan de zon weer omhoog komt.
Je merkt dat langzaamaan de zon weer omhoog komt.
En je voelt de frisse ochtendzon op je huid.
En je besluit weer terug te lopen.
Je besluit weer terug te lopen door de boestijn.
Langs het meer.
Door de kloof.
Loop je weer helemaal terug naar hier.
En je loopt weer helemaal terug naar hier,
Naar deze plek.
En je voelt hoe het hele lichaam hier contact maakt.
Je voelt dat het hele lichaam contact maakt.
Met de vloer.
Met de ondergrond.
En je weet ook weer waar je bent hier in de ruimte.
Met alle dingen om je heen.
Je voelt hoe je ademhaling weer zacht in- en uitroomt.
En dat die ademhaling weer wat dieper in- en uit gaat vromen.
Je bent je weer bewust van je handen,
Je voeten,
Je vingers en je tenen.
En dan kun je weer kleine bewegingen maken met handen en voeten.
Vingers en tenen.
Armen en benen.
En rek je lekker uit en maak je lang en gaap en geel en zucht.
En laat dit dan weer de mooiste dag van deze week zijn.
Hari Om Tat Sat.
Deze yoga nidra is nu bijna klaar.
Maak kennis met je leraar
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
