
Slaapmeditatie | Op Reis Naar Slaap, Heling & Zelfvertrouwen
by Paola Pisu
Een slaapverhaal en geleide meditatie voor volwassenen. Laat je meenemen en wegdrijven naar dromerige oorden begeleidt door je innerlijke gids. Wegdrijven in slaap tijdens een reis waarin oeroude, universele wijsheden met je gedeeld worden en waaruit jij meeneemt wat bij jou beklijft. Ik wens je een prachtige reis toe en heerlijk diep slapen. Paola Royalty-free music Chris Collins
Transcript
Luister nooit naar dit soort opnames terwijl je auto rijdt of met machines werkt,
Luister alleen in een omgeving waar je veilig kunt relaxen.
Welkom beste luistervrienden,
Wat fijn dat je hebt afgestemd op deze geleide slaap meditatie om je te begeleiden op jouw reis naar slaap.
Omdat het de hoogste tijd is om los te laten en tot rust te komen en om weg te zakken in de zachtheid van de nacht.
Mijn naam is Paola Pizzo en ik ben met plezier je reisleider en gids tijdens deze reis die zowel slaapverwekkend is en je daarnaast meeneemt naar dromerige oorden vol lucide kenmerken waardoor jij je af kunt vragen of je wakker bent of slaapt of droomt en jij in je droom je dromen aan kunt passen.
Maar voor nu ben je precies waar je wil zijn,
Op een rustgevende plek,
Op het kruispunt waar de dag overgaat in de nacht,
Je lichaam ligt,
Je lichaam wordt gedragen en je kunt je overgeven aan de zwaartekracht,
Je hoofd rust,
Misschien al iets zwaarder dan zojuist,
Op je kussen.
En je hoeft helemaal niets te doen,
Je hoeft nu niets te bereiken,
Je mag er gewoon zijn,
Alles mag er gewoon zijn,
Hier,
Adem rustig wat dieper in en zachtjes uit,
Nog eens wat dieper in en langzaam en zachtjes weer uit en nog een keer wat dieper in,
Houd vier tellen vast en laat maar los,
Laat de lucht maar gaan,
Ademen in het nu want ademen vindt altijd in het nu plaats,
Nooit in het verleden en nooit in de toekomst,
Ademen is er altijd in het nu.
Blijf daar maar aanwezig voor enkele momenten,
Bij je adem,
Bij je ademhaling,
Met je liefdevolle,
Voorleidige aandacht,
De aandacht voor de magie van het ademhalen in.
Merk even op,
Voel hoe je lichaam hier rust,
Op die al zo vertrouwde ondergrond,
Hoe je schouders beginnen te verzachten,
Hoe je benen zwaarder worden,
Zwaarder aanvoelen,
Alsof de aarde ze heel zachtjes naar zich toetrekt,
Je adem wordt geheel automatisch kalmer,
Je ogen steeds moer,
De oogleden zwaarder,
Alsof er een dekentje over je blik glijdt,
De steeds zwaarder wordende oogleden,
Laat ze maar dichtvallen,
Als deel van jouw reis naar slaap.
En misschien trekken er nog gedachten in je hoofd rond,
Van die restanten van de dag,
Die blijven zweven,
Dat is oké,
Laat ze maar komen en laat ze maar gaan,
Adem nogmaals langzaam in,
En zachtjes uit,
Langzaam in,
En zachtjes uit,
Je hoeft niets vast te houden,
Je mag loslaten,
Je kunt loslaten,
Want de dag is geweest en de nacht ontvangt je met open armen.
Je bent veilig en je bent welkom,
We gaan samen op reis,
Op reis naar de slaap,
Waarin je van alles tegenkomt,
Waarbij je naar buiten kijkt,
Maar ook naar binnen,
Naar wie je werkelijk bent,
En naar je verlangens die zich aandienen,
Die aan de oppervlakte komen,
En die zich zomaar kunnen openbaren,
Zoals dat zo vaak spontaan gebeurt,
Wanneer je rondtoert wat rondzurft in het leven,
En misschien merk je dat je adem nog langzamer,
Nog trager is geworden,
En je naar binnen gerichte blik zachter,
Alsof de wereld langzaam uit focus raakt en naar de achtergrond verdwijnt.
Laat alles maar los,
De controle,
De ruimte,
De tijd en alle verwachtingen,
We gaan op pad,
Stap voor stap,
Aan,
Steeds dieper naar binnen,
We gaan samen op reis,
Een reis naar de slaap,
En we reizen wat rond en gaan daarna nog een stukje verder.
Ben je er klaar voor?
Mooi,
Dan gaan we op reis.
Stel je voor,
Stel je eens voor,
Je staat op een klein,
Oud,
Pittoresk perron dat hoort bij een treinstation,
Ergens in een niemandsland tussen droom en werkelijkheid,
En alles om je heen lijkt stil te staan,
Alles is tot stilstand gekomen,
Je hoort nauwelijks iets,
Behalve het zachte ruizen van de wind.
Er hangt een gevoel,
Een sfeer van verwachting,
Alsof iets wonderlijks op het punt staat van gebeuren.
De lucht is donkerblauw,
Vol met goudene sterren,
Die net beginnen te glinsteren,
Alsof ze trots zijn op het diffuse licht dat hen omringt.
Je ruikt de geur van vochtige aarde,
Het heeft geregen en het is nu droog,
En je vermoedt iets wat nieuwsgierig,
Dat de reis op het punt van beginnen staat.
Je staat daar alleen,
En tegelijkertijd voel je je totaal niet alleen,
Want in de verre verte zie je een licht opdoemen,
Een warm zacht schijnsel dat langzaam dichterbij komt.
En eveneens in de verte hoor je een geluid,
Een ritmisch zoemen,
Een bekend geluid,
Langzaam komt dit dichterbij.
Het geluid,
Een groot object,
En het is een trein,
Maar niet zomaar een trein.
Deze lijkt te glinsteren,
Alsof het voertuig gemaakt is uit sterrenstof en opgebouwd is uit duizenden dromen.
Deze trein is zo anders dan gewone treinen.
Deze lijkt van binnenuit te gloeien,
Omdat het gevuld is met herinneringen,
Passies en verlangens van al die reizigers die jou voorgingen op reis,
Op reis naar slaap.
De trein stopt,
Een wagon stopt precies voor jou.
De deuren schuiven,
Geleiden open,
Zonder een geluid en zonder woorden weet je dat je welkom bent.
Je stapt in,
In de wagon is het muis stil,
Maar het is alsof er iets in de lucht hangt.
Er hangt een geur van lavendel en warmhout en de stoelen zijn bedekt met blauw fluweel.
En het serene licht in de coupé lijkt te ademen,
Het ademt met jou mee.
Een zacht,
Divuus licht met goudachtige gloed en je bent alleen en toch voel je je niet alleen.
Je gaat zitten,
Je ogen sluit je even om te voelen en terwijl de trein zich in beweging zet,
Voel je hoe je langzaam zakt.
Merk je hoe het ritme van de wille samenvalt met je ademhaling en je rustig,
Wiegend,
Dieper en dieper ontspannen raakt.
Bij elke bocht die de trein neemt laat je iets los,
Een gedachte of zorgen of een spier die je loslaat en ontspant of dat wat jij nu los kunt laten.
Je ademt uit en zakt dieper weg in relaxatie.
De geluiden buiten vervagen,
De tijd de ruimte vervagen.
Je bent onderweg naar binnen,
Naar rust,
Naar jezelf.
De trein brengt je ergens naartoe,
Je weet nog niet waar,
Maar je voelt je veilig,
Nieuwsgierig en helemaal op je plek.
Je kijkt uit het raam en de wereld is veranderd,
Het is geen gewone wereld.
De bomen glanzen zacht in het licht dat de maand lijkt te verstrooien en de rivieren lijken te zingen terwijl ze stromen.
Je ziet in de verre verte lampionnen opstijgen met lichtjes die wensen dragen naar omhoog of zijn het verhalen die opstijgen om later neer te dalen als dromen.
Het landschap verandert voortdurend,
Het blijft veranderen voor je geestes oog.
Eerst zijn er bossen,
Maar niet zoals je ze tot nu toe kent.
De bomen fluisteren,
Hun bladeren gloeien zacht op in het licht dat de sterren verspreiden wanneer je blik ze een ogenblik valt.
Alsof ze oude waarheden bewaren en klaarstaan om ze met jou te delen en daarna glijdt de trein door velden met bloemen die open klappen in slow motion om aan jou hun innerlijke pracht te laten zien.
Bij elke inademing,
Elke ademteug die jij neemt,
Alsof jij de wereld tot leven ademt.
De trein vertraagt plots,
Steeds trager,
Trager,
En de machtige machine staat ten slotte stil.
De deuren schuiven open en je stapt vol verwachting uit en staat enkele tellen later in een landschap dat tegelijkertijd vreemd en toch ook vertrouwd voelt.
Het is een plek die alleen in jouw dromen bestaat,
Alsof het is opgebouwd uit magische gedroomde stukjes uit jouw leven en het voelt dromerig en betoverend om hier te staan in dit landschap.
Je loopt over een pad van gladde lichtgevende stenen.
Ze pulseren onder je voeten en geven je voeten een soort van massage wanneer je voetzolen de stenen raken,
Alsof ze het heerlijk vinden dat je over dit pad loopt en je zo welkom heet.
Bij elke stap die je zet word je en voel je je lichter,
Vrijer.
Het is alsof je door tijd,
Ruimte en herinneringen reist en je komt langs momenten die deel uitmaken van je eigen reisverhaal.
Een glimlach onder zomerse bomen,
Een stil moment met iemand die je lief had,
Een sprong in het diepe,
Een gemiste kans,
Maar er is geen spijt en geen oordeel,
Alleen verwondering en rust.
Het leven toont zich zoals het was,
Zoals het is en zoals het nog komen mag,
Terwijl je dromerig door het landschap wandelt.
Aalkuierende kom je bij een boom,
Deze is een mens.
Zijn stam is breed als een huis en de kruin lijkt de ster te raken.
Het doet je denken aan een levensboom met haar wijd verspreide takken.
En aan de voet van de boom,
Leunend tegen de brede stam,
Zie je iemand zitten,
Verzonken in stilte.
En als je dichterbij komt,
Draait de figuur,
Deze persoon,
Zich langzaam om en je ziet jezelf,
Maar anders dan zoals je jezelf kent.
Deze versie van jou draagt iets ouds en wijs in zich,
Een rust,
Een diepte,
Een wijsheid,
Alsof het je ziel is verpakt in een lichaam,
Die je gaat gidsen tijdens dit deel van je dromerige reis naar slaap.
Je innerlijke gids glimlacht je bemoedigend toe en jullie spreken niet met woorden,
Maar er is een begrijpen,
Een innerlijk weten,
Een elkaar verstaan dat losstaat van alle woorden ter wereld.
De gids staat op en zwijgzaamsprekend lopen jullie samen verder,
Door het bos,
Langs grote bomen,
Verder en verder,
Totdat jullie bij een stroom aankomen,
Stromend water van een rivier en langs de kant,
Vastgezet met een touw,
Ligt een boot.
Je stapt er samen in,
Het bootje is solide,
Relatief klein en gemaakt van hout.
En geheel uit zichzelf knoopt het touw zich los en het bootje beweegt,
Weg van de kant,
Zonder riemen,
Want het kleine vaartuig wordt gedragen door water.
Of misschien wordt het juist gedragen door jouw verlangen om te weten,
Te voelen,
Te herinneren,
Om het kleine avontuur mee te nemen.
En jullie varen langs gedroomde werelden,
Of zijn het beelden die ooit langskwamen in jouw dagdromen of fantasie.
En iedere plek die je aandoet,
Draagt een boodschap met zich mee,
Elke haalte brengt een dierbaar inzicht.
En dat wordt je des te meer duidelijk,
Wanneer het bootje zichzelf aanlegt,
Bij een eiland dat vol spiegel staat,
Waar je ook kijkt.
En je stapt uit om polshoogte te nemen en loopt,
Even als je gids.
Jullie lopen zwijgzaam op dit spiegeleiland rond.
En in welke spiegel je ook kijkt,
Ze tonen geen uiterlijk of spiegelbeeld.
Het is eerst alsof je onzichtbaar bent en dan,
Dan ga je voelen.
De spiegels tonen gevoelens en overtuigingen,
Gevoelens die horen bij oude overtuigingen en oordelen over jezelf en de oordelen van anderen over jou.
De spiegels tonen beelden van wie je dacht te zijn.
En het wordt zo duidelijk nu,
Dat het slechts projecties waren,
Dat anderen zichzelf zagen in jou en dat op jou projecteerden,
En dat je het aannam,
Het serieus nam in plaats van op jezelf te varen,
Jouw eigen wijsheid,
Waarheid en zelfkennis.
Ik ben zo benieuwd,
Zo lijkt je gids te fluisteren,
Wat je nu kunt laten vallen,
Wat je los kunt laten,
Nu je zo helder het een en ander in de spiegels gespiegeld hebt gezien,
En wat dit je kan en gaat brengen,
Na deze nacht aan goeds en groei en vertrouwen op je eigen oordeel.
Je werpt nog een blik in de spiegels,
Sommige beelden glimlachen bemoedigend naar je en andere verdwijnen haastig zodra je ze aankijkt en je gids knikt en zegt zacht Alles wat er ooit was,
Zie je in een ander licht.
Het kan je leiden naar andere verfrissende reflecties en een geheel nieuw perspectief.
Zonder enig woord uit te wisselen,
Verlaat je samen het Spiegeleiland om vervolgens in de boot te stappen en dan varen jullie verder,
Genietend van de rust en de wijze waarop het bootje zich een weg door het water klift,
Een libelle die kortstondig op het water landt en zich door jou verwonderen laat.
Op die wijze varen jullie,
Met een hart gevuld met rust,
Om daarop volgend aan te komen bij een groene vallei vol vliegers en,
En ze zweven zonder touw,
Alsof ze zijn vrijgelaten.
Bevrijd van wat ze op hun plek hield,
Om te vliegen,
Echt uit te vliegen.
Je bent uit de boot gestapt en staat te midden van hoogverwilderd gras om dit droombeeld te aanschouwen en je gids die naast je staat,
Laat je weten dat elk van hen,
Elke vlieger,
Een droom is die je ooit had en die nog ergens op je wacht,
Want de lucht het hele leven zindert van de mogelijkheden.
Wat jij verlangt,
Verlangt ook jou.
Het zoek je op en weet je,
Zegt je gids,
Wanneer je stopt met zoeken en het je intentie is om het open armen te ontvangen,
Gebeuren er meer wonderen dan dat je ooit voor mogelijk houdt.
En hoe interessant is het om binnenkort te weten wat je mag en kunt ontvangen,
Wanneer je los kunt laten en meer onbevangen in het leven staat,
Vrij van zorgen en vrij van moeden,
Om vrij te zweven als een vlieger zonder touw,
Een touw waarvan jij je hebt losgemaakt om je vleugels uit te slaan.
En met dit positieve beeld nog vol ogen stap je weer in het bootje,
Samen met je gids,
In een soort van plechtig zwijgen,
Allebei wetend,
Aanvoelend,
Hoeveel ontspanning vrijheid geeft.
Het is echt thuiskomen bij jezelf en terwijl je dit beseft varen jullie verder de rivier op,
Waarbij het woud dat de rivier omringt,
Dichter wordt,
Exotischer en tegelijkertijd hangt er die vredevolle rust.
Je luistert naar de geluiden van de boot die voortbeweegt over het water en de geluiden van vogels die vrolijk kwetteren zich onbewust van het feit dat jullie voorbij varen op weg op reis naar slaap.
Plots zie je tussen al het groen en tussen al de bomen door een vaag schijnsel van licht en iets verderop kun je net iets meer zien,
De contouren van een gebouw,
Het lijkt wel een tempel en als je samen met je gids uitstapt om boshoogte te nemen en er naartoe loopt,
Hap je even naar adem door de pracht die je ziet.
Het is een tempel gebouwd van louter licht,
Van puur licht.
De muren zijn doorzichtig waardoor je kunt zien dat in het gebouw,
In het hart,
Het centrum ervan,
Een vuur brandt dat niet verbrandt en verteert,
Maar verwarmt,
Liefdevol verwarmd.
En nu valt jou de eer te buurt om even binnen te trijden in dit mystieke heiligdom en midden in het licht gaat staan,
In de stilte,
De onmijdelijke stilte ervan.
En terwijl je daar staat,
In het licht,
De stilte,
Bij het liefdevol verwarmend vuur,
Voel je iets smelten ter hoogte van je borst,
Alsof er iets openbreekt,
Een oud verlangen,
Een zachte waarheid en het is zo bijzonder.
Je hoort geen stem,
Maar voelt een boodschap die hier,
In deze bijzondere tempel,
Aan jou gegeven wordt.
Je bent heel,
Al die tijd al,
Al voelt het soms anders.
Je hebt niets nodig buiten jezelf,
Want je kunt jezelf liefde geven en vervulling en troost door bij jezelf te zijn en blijven.
Door zaken aan te gaan vanuit moed,
In plaats van vluchten in iets vluchtigs,
Ga je staan voor jezelf,
Voor je heilheid,
Waarin kwetsbaarheid kracht is,
Een teken van kracht.
Maar jij weet wanneer het tijd is om hulp te vragen aan wie er werkelijk voor je is.
De tijd is gekomen om het centrum van de tempel te verlaten en eerbiedig loop je met kleine stappen achteruit.
Zonder ook maar één moment het contact met het verwarmende vuur te verliezen.
En als je weer naar buiten komt,
Wacht je gids op je,
Met ogen vol mildheid,
Begrip,
Liefde en compassie.
En samen glimlachen jullie,
Tussen jullie is elke uitleg overbodig.
En jullie weten dat de terugtocht aanstonds begint,
Over het water,
Langzaam varend,
Vredevol.
Zwevend over water,
Dat de kleur aangenomen heeft van dromen.
De werelden,
Waarin je minuten geleden nog vertoefde,
Verdwijnen als nevel bij zonsopkomst.
Maar wat je ontvangen hebt,
Blijft in jou,
Blijft bestaan in jou als een dierbare kostbare herinnering,
Die beklijft en die haar positieve sporen in jou achterlaat.
Die zich vanzelf uiten,
Vanaf nu en de periode die voor je staat.
En je gids,
Die kijkt je aan en zegt zonder een geluid te maken,
Je hoeft mij niet te zoeken,
Ik ben altijd hier,
Altijd bij je.
En na deze woordeloze zege,
Lost je gids in je dromen op,
Met zijn hand op je hart.
Opgelost in eeuwig licht,
Waarin jullie samen smelten.
De boottocht is voorbij en je loopt terug naar de trein,
Naar je coupé.
De machtige machine lijkt even te bewegen in haar karakteristieke kadans,
Die vertraagt en vervaagt,
Omdat de trein nu geen trein meer is,
Maar je eigen ademhaling.
Met haar eigen ritme.
Het ritme en tempo die horen bij een geheel ontspannen staat,
Waarin je lichaam zwaar voelt en je ademhaling zo kalm en rustig.
En waar de slaap je zacht omhult,
Je rust,
Genesteld in je eigen bedding.
De ogen gesloten en het is alsof je terug glijdt in jezelf,
In je lichaam,
In je bed.
En het matras voelt stevig,
Het is warm,
Zorgzaam.
Een kort ogenblik ben je je bewust van je voeten,
Je benen,
Je borstkas die zacht op- en neergaat.
Je bent thuis.
De reis is voorbij,
Het slapen is begonnen.
Of misschien is de reis juist net begonnen,
Hoe dan ook,
Het is goed.
Je hoeft alleen maar te liggen en te zoezen,
Weg te zoezen.
De sla ligt als een deken over je heen,
Zacht,
Vrijgevig.
Laat alles maar wegdrijven,
Drijf maar weg.
Laat het wegdrijven,
Alle gedachten,
Alle indrukken en alle beelden.
Je hoeft echt nergens meer aan vast te houden.
Laat maar los.
Het begrijpen is voorbij,
Je bent de raam voorbij gevaren.
Alleen nog maar ademen en slapen.
Overgaven aan slaap,
Slaap maar.
De dag is allang vervaagd,
Weggezonken achter de horizon,
Net als de ondergaande zon.
Je kunt je nu laten wegzinken in een droom zonder einde.
Morgen met al haar nieuwe kleuren komt vanzelf weer om,
Met nieuwe helderheid en nieuwe zachtheid.
Maar nu,
Nu is er alleen dit,
De stilte tussen twee werelden,
Dag en nacht en waken en slapen.
Liggend in de slapende stilte.
Je kunt je laten gaan,
Slaap maar.
Ga maar.
Laat jezelf maar zacht verdwijnen in de armen van de nacht.
Je bent veilig.
Je wordt gedragen.
Je bent thuis.
Slaap nu zacht voor je dromen.
Je gids waakt in jou en over jou voor altijd.
Maak kennis met je leraar
More from Paola Pisu
Gerelateerde Meditaties
Verwante Leraren
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
