1:09:23

Vind Je Uitknop En Val Rustig En Vredig In Slaap

by Paola Pisu

Activiteit
Meditatie
Geschikt voor
Iedereen
Afgespeeld
23

Het is zo waardevol om je eigen 'uit-knop' te vinden; een moment waarop je bewust kiest voor rust en herstel. Tijdens deze meditatie word je uitgenodigd om volledig los te laten en je energie weer aan te vullen. Daardoor komen je lichaam en geest op een natuurlijke manier weer in balans. Door jezelf volledig deze slaappauze te gunnen, geef je ruimte aan meer ontspanning, tevredenheid en vitaliteit en kom je los van alle prikkels je soms lijken te overspoelen. Met deze 'reset' geef je met ‘aandacht en subtiele kracht’ jezelf de kans om te vernieuwen, zodat je met frisse energie en helderheid morgen opstaat en weer verder kunt. Slaap lekker. Royalty-free music Chris Collins

Transcript

Luister nooit naar dit soort opnames terwijl je auto rijdt of met machines werkt.

Luister alleen in een omgeving waar je veilig kunt ontspannen.

Waarschijnlijk besef je al lang dat er elke dag een moment is waarop jij je realiseert dat alles wat je kon doen en alles wat gedaan moest worden,

Is gedaan en dat je gewoon even mag stoppen.

Helemaal nu,

Omdat het wijs is om te gaan rusten en te gaan slapen.

Dit moment is bij uitstek de gelegenheid om je lijstjes,

Je plannen,

Je gedachten die nog steeds vooruit lijken te rennen en aan je lijken te trekken,

Langzaam en zeer zeker tot stilstand te laten komen,

Omdat het de hoogste tijd is om beetje bij beetje te vertragen,

Om vervolgens de knop op uit te zetten.

Simpelweg omdat het moment daar is om bij te komen en tijdens een kalmerende nachtrust te herstellen van de afgelopen uren waarin je actief was en bergen en bergjes hebt verzet.

Ondanks dat het misschien anders lijkt,

Maar je hebt echt veel gedaan.

En als jij jezelf nu alle mogelijke toestemming en permissie geeft om af te schalen en de knop of zo je wilt de schuif of dimmer van aan naar uit te bewegen,

Help je jezelf echt om helemaal tot rust te komen en lekker te slapen.

En het is volkomen normaal dat je op dit moment nog iets van onrust en beweging voelt in je lijf of in je denken,

Van die lichte spanning en restjes van alertheid in je hoofd en in je lichaam.

Dat is echt helemaal oké en een positief teken dat je de hele dag van alles hebt gedaan.

Je hebt namelijk gedurende de afgelopen uren van alles aangeraakt,

Besloten,

Geregeld en gevoeld.

Je bent op geheel eigen en unieke wijze door het ritme van de dag gegaan.

Misschien had je flink de vaart erin of misschien heb je hobbels en gedoe ervaren die je overwon of nog aan het overwinnen bent.

Maar nu op dit moment,

Hier,

Aan het einde van deze dag,

Kun je even niets doen,

Behalve dan goed voor jezelf zorgen,

Uitrusten en herstellen.

En daarom is het nodig,

Essentieel en zelfs noodzakelijk dat jij je ritme verandert.

Je mag en kunt jezelf dit toestaan,

Jezelf toestaan om jezelf op uit te zetten,

Om naar die plek binnenin jou te gaan die zo goed weet dat er nu niets meer hoeft te gebeuren,

Dat je mag afdalen,

Mag reizen naar die plek waar presteren,

Hoeven en plannen opgeborgen zijn in een kluis waarvan jij de enige bent die de code heeft.

Alle actie veilig achter slot en grendel,

Omdat je nu voor honderd procent op een plek wilt zijn waar het goed is om te rusten en bij te komen.

Af te dalen en weg te zinken in die plek waar het goed is zoals het is.

En daar reizen we samen naartoe.

Mijn stem reist met je mee.

Hai,

Hallo,

Mijn naam is Paola Pizzoek en ik ben met liefde je gids en reisleider tijdens deze tocht naar heling en rust.

Een trip naar gewoonweg zijn.

Op weg naar je fundament,

De stille grond onder al je doen.

Je hoeft nu niet meer.

Je mag en kunt er alleen maar zijn.

Alles loslaten en er alleen maar zijn.

Wegdrijven in stilte.

Ik neem je stap voor stap mee.

En mijn stem vertegenwoordigt de vriendelijke gids die de weg kent en deze wijst.

Naar een plek naar binnen,

Naar een plek waar inspanning en spanning vanzelf oplossen.

En ik vraag je om je voor te stellen dat we samen vertrekken.

En de knop die hoort bij de dag uit te zetten om mee te gaan op een nachtelijke reis.

Niet met het doel om ergens te komen,

Maar wel om iets te ontmoeten,

Opnieuw te ontmoeten.

De rust die altijd al in jou aanwezig is.

Dus laat je maar gaan.

De knop mag en kan om.

Toen maar.

Staat je maar helemaal toe.

En mocht jij je ogen nog geopend hebben,

Dan is nu het moment gekomen om ze te sluiten en je blik van buiten naar binnen te keren.

Wees je maar even bewust hoe fijn of dat is om hier te liggen en bij te komen met gesloten ogen.

En laat je lichaam nu een houding vinden waarin het gemakkelijk kan rusten.

Misschien lig je op je rug of op je zij.

Het is de houding waarvan je weet dat je hier en al zo vaak gemakkelijk wegsoeste naar dromenland.

En ik vraag je om je een ogenblik gewaar te zijn van het kussen dat je hoofd ondersteunt.

De plekken waar het contact maakt met je huid.

Hoe geruststellend of dat is dat je steun vindt op deze zachte stof.

Wees je nu een moment bewust van hoe je lijf omhuld wordt door het laken en dekbed en hoe dat precies aanvoelt.

Waar raakt het allemaal je lijf deze stof en je scant kortstondig van je tenen tot je schouders waar de stof contact maakt met jou en hoe dat voelt.

Word je bedekt en omhuld,

Alsof je schuilt in je eigen veilige kokkel,

Je heilige plek voor deze nacht.

Merk en voel vervolgens hoe je lichaam contact maakt met de ondergrond en hoe het bed of de matras je als het ware draagt,

Zoals aarde een boom draagt zonder enig oordeel,

Zonder moeite.

En je mag een kuntje laten dragen,

Terwijl je hier ligt,

Rust en ademt.

De adem die je is zoals die is,

Je kunt het gewoon laten zijn.

Laat de adem maar komen en gaan zoals het wil,

De adem die altijd komt en altijd weer gaat,

Vanzelf.

Voel alleen maar dat het er is,

De adem,

Die als een zachte golf opkomt en weer terugzakt,

Een vanzelfsprekend reinigend ritme dat je herinnert aan iets veel diepers dan alleen maar doen,

Iets wat je uitnodigt om bij te komen.

En terwijl je hier ligt merk je misschien dat er nog kleine restjes activiteit in je zitten,

Gedachten die toch nog iets af willen ronden,

Wellicht een vaag gevoel van haast,

Alsof je je innerlijke motor nog op stand-by draait,

Ook al staat de auto stil.

Kijk er maar even liefdevol en met compassie naar,

Naar die beweging of die naaiging om te blijven doen.

Daarop heb je lang geoefend,

Het is iets waar je goed in geworden bent.

Maar nu,

Nu mag je iets nieuws oefenen,

Het niet doen,

De kunst van het zoete niks doen.

En dat niet doen is geen leegte en het is ook geen afwezigheid,

Verre van dat,

Het is een levende rust,

Een rust,

Een stilte,

Om in stilte bij te komen dat niets nodig heeft om te bestaan.

En weet je,

Misschien helpt het om de dag voor je te zien als een bijzonder boek,

Een boek dat zich,

Als het moment gekomen is om te slapen,

Langzaam sluit.

De laatste bladzijde ervan wordt omgeslagen en dan sla je het wijzelijk dicht als een ritueel,

Waarbij je opkijkt en de kaft komt nu in zicht.

Het is even alsof het boek zachtjes uitzucht.

Je hoeft niks van de inhoud te onthouden nu,

Of het te evalueren,

Je mag het gewoon dicht doen,

De dag dicht doen,

Het boek dicht doen,

Sluiten.

Je handen rusten ergens op het matras en je laat je schouders nog net iets dieper zakken in het kussen en je kunt voelen hoe ergens binnenin je iets begint te vertragen,

Alsof je steeds verder wegzinkt,

Jezelf overgevend,

Waardoor het lijkt alsof alles zich in slow motion afspeelt.

En stel je voor dat je kuiert op een rustig pad,

De zonsondergang zet zich langzaam in,

De lucht is nog zachtblauw en het licht van de dag begint langzaam te verdwijnen als gouden stofdeeltjes in de lucht.

Er is niets meer wat je hoeft te bereiken,

Je hebt de knop omgezet.

En je bent alleen op dit pad,

Alleen dit pad,

Alleen dit moment.

Kuirend door het Sequoia National Park in Californië,

Langzaam wandelend,

Wandelend op weg naar de grootste boom ter wereld,

De General Sherom Tree,

Een ruize mammoetboom.

Het pad waarop je loopt,

Kronkelt tussen bomen door.

De grond onder je voeten voelt stevig en vast,

En met elk stapje dat je neemt lijkt de wereld stiller te worden,

Alsof je binnengelopen bent in een landschap dat ademt in hetzelfde ritme als jouw hart.

De bomen om je heen zijn hoog en zeer groot,

Als majesteiten.

Ze zien er zo reusachtig en tegelijkertijd toch vredig uit.

Ze lijken niet te bewegen,

Roerloos staan ze er.

En toch leven ze.

Ze groeien zonder haast,

Zonder dat ze ooit een plan gemaakt hebben.

En ondertussen vangen ze het licht en ze ademen lucht en ze staan daar gewoon.

En terwijl je verder wandelt merk je dat je adem vanzelf doorgaat.

Je hoeft er niks voor te doen,

Je ademt lucht in zonder er ooit een plan voor gemaakt te hebben.

Het is er gewoon,

De adem die komt en gaat.

Zoals je lichaam de weg weet naar ontspanning,

Omdat het weet hoe te ontspannen,

Omdat het zich kan herinneren wat het is om er gewoon te zijn en een ontspannen staat te zijn.

En ergens verderop,

Aan het eind van dit pad,

Zie je de boom die je aandacht trekt,

De grote General Sherom boom.

Deze staat op een open plek,

Wadend in het laatste licht van de dag.

De stang is breed en stevig,

Een deel van de wortels zichtbaar,

Verdwijnend,

Opgaand in de aarde,

Daar al eeuwen staand,

En je bent nu,

Op dit moment,

De enige bezoeker,

Want iedereen is al lang naar huis.

En je bent benieuwd en merkt dat een zekere nieuwsgierigheid in je opwelt,

Omdat je weet dat deze bijzondere boom alles weet over rust,

Iets wat je neigt te vergeten in de waan van de dag.

En dat deze boom je van alles kan leren over moeiteloos dingen doen,

Met zo min mogelijk energie,

Gewoon leven.

Met eerbied loop je langzaam dichterbij.

Elke stap die je zet,

Brengt je dichter bij jezelf,

Steeds verder naar binnenkerend.

De geluiden van de wereld verdwijnen naar een verre achtergrond.

Alleen het geritsel van bladeren en het trage,

Gestadige kloppen van je eigen hart blijven over.

Wanneer je vlakbij de boom staat,

Voel je zijn aanwezigheid als een veld van rust.

Een heilige energie die je inademt.

Jij en de boom,

Beide aanwezig,

Levend,

Ademend.

En je legt je beide handen op de indrukwekkende,

Imponerende stam.

De bast onder je handen voelt koel en levend tegelijk.

Je kunt de structuur daarvan voelen,

De ribbels,

De sporen van tijd.

En in jou begint zich spontaan een antwoord te vormen.

Misschien gaat het gepaard met een lichte trilling,

Want het is de herinnering aan wat het betekent en hoe het voelt om gedragen te worden,

Zoals de aarde deze boom draagt en gastvrijheid biedt.

Zo draagt het leven ook jou.

En daar hoef je geen enkele moeite voor te doen.

Alles wat je nodig hebt,

Dient zich vanzelf aan.

En je hoeft het alleen maar toe te staan en ten diepste te aanvaarden en begrijpen,

Dat je door het leven stromen mag.

En terwijl je daar staat,

Begint iets in je los te laten.

Niet door wilskracht,

Het alsmaar willen en moeten,

Maar door herkenning en erkenning.

Alsof je lichaam zegt,

Oh ja,

Dit is rust,

Dit is fijn en je zucht eindstiep.

En de boom groeit niet omdat die moed fluistert een innerlijke stem binnen in jou,

Maar omdat het zijn natuur is.

En jij mag dat ook.

Je kunt ademen omdat het je natuur is.

Je mag bestaan zonder te verklaren waarom of welke denkbare reden dan ook.

Je mag rusten zonder uitleg aan wie dan ook.

En terwijl je je handen nog tegen de boom houdt,

Kun je een verandering voelen in jou.

Het is een zachte,

Onmoedigende golf van ontspanning die vanuit je handen omhoog reist.

Een golf van ontspanning,

Van laten gaan,

Die zich door je armen,

Langs je schouders en door je borstgebied beweegt.

Een langzaam dalende stroom van pure zachtheid en bemoediging die zich verspreidt door je hele lichaam.

Alsof de boom zijn rust aan jou doorgeeft,

Aan elke cel in je lichaam,

Vezel na vezel.

En het gebeurt gewoon en je hoeft alleen maar te voelen hoe het vanzelf gebeurt,

Terwijl je rustig in- en uitademt.

De adem die vanzelf gebeurt in je wordt je het ruisen van bladeren in de wind gewaar.

Langzaam sluiten je ogen zich met dit beeld op het vizier,

Of misschien waren ze al gesloten en beelde jij je het in.

De boom staat daar in al zijn statigheid,

Zijn adem lijkt verweven met de jouwe.

En je staat daar,

Je handen rusten op de immense stam,

Als waren je handen er een deel van.

Met je voeten rustend op aarde,

Omringd door de lucht.

En je kunt nu beseffen dat je niets meer hoeft te bewijzen of hoeft te voltooien,

Dat je nu hier bent,

Opgaand in de stilte van het bestaan.

Je blijft staan tegen de stam van de boom en je merkt dat de adem die door je heen beweegt zich beheerst en kalm afstemt op iets groters.

De lucht die je inademt is dezelfde lucht die door de bladeren wordt uitgeademd.

Wat jij loslaat neemt de boom weer in zich op,

Een wisselwerking van het leven.

Een voortdurende uitwisseling tussen jou en de natuur,

In alle waardigheid en stilte,

Alleen geven en ontvangen.

Geven en ontvangen die in elkaar overgaan,

Naadloos,

Zoals eb en vloed,

En de dag in de nacht naadloos overgaan,

Gracieus,

Als een dans,

Een heilige,

Vanzelfstromende wisselwerking.

En terwijl je daar nog steeds staat,

Wordt jij de aarde onder je voeten gewaar en het voelt warm en vol.

En stel je voor,

Je kunt je voorstellen dat er wortels groeien vanuit je voetzolen,

Alsof je lichaam zich herinnert dat het ook deel van aarde is.

En terwijl je onbewogen in- en uitademt ben je in contact met het gebied,

Je voetzolen,

En bemerk je dat de wortels zich uitspreiden en een weg vinden tussen,

Groeiend,

Dieper en dieper,

Tot ze zich genesteld weten in het koele donker van de aarde.

Ze weten waar ze naar toe groeien,

Veiloos,

Op weg naar voeding,

Veiligheid,

En ze vinden het moeiteloos.

Het is er allemaal al,

Zonder dat jij het stuurt of controleert.

Het gaat vanzelf,

Vanuit een dieper weten,

Vanuit de wijsheid in jouw lichaam,

Jouw zijn,

Vanuit verbinding met wat er om je heen is.

In contact met de imposante boom en de aarde voed jij je vanzelf,

Voed jij je met rust die omhoog ruist,

Verder naar omhoog bewegend,

Het beweegt door je voeten,

Je enkels,

Je benen,

Verder naar omhoog,

En elke vezel in je lijf ademt nu de boodschap.

Vertraag maar,

Vertraag,

Er is nu niets dat je hoeft te doen,

Alleen maar rusten.

Je ademt de aarde en de aarde ademt jou,

En alles wat vandaar bewoog,

Jij die bewoog,

Je vond de uitknop en je ontspant,

Verzacht.

Alle spanning smelt weg door de hernieuwd gevonden mildheid die door je heen stroopt bij elke aarmteug,

Elke aarmteug opnieuw,

In en ergens in de verte hoor je het geluid van een vogel die neerstrijkt,

De lucht is koel en stil,

De avond ruikt naar aarde en bladeren,

En door hier staat die geur,

Dat nauwelijks waarneembare geluid van de neerstrijkende vogel waarnemend,

Ontstaat een gevoel van eeuwigheid in al zijn simpelheid en eenvoud,

Het is heel simpel stilte die in eeuwigheid woont,

De boom staat voor je en je handen rusten op de machtige stam,

Onverstoorbaar,

Levend en je voelt je meer en meer onderdeel worden van zijn ritme,

Je kunt het bijna voelen,

Het trage pulseren van sap in de stam,

Een leven zonder haast en twijfel en zorgen,

Een leven dat gewoon doorgaat,

Ongezien en vanzelf,

En er is nu geen verschil meer tussen jouw adem en die van de boom,

Geen grens meer tussen binnen en buiten,

Er is alleen één beweging,

Inademen,

Uitademen,

Rusten,

Zijn.

Je zou kunnen merken dat gedachten nog af en toe langskomen als een soort van vage visite,

Dat is prima van die gedachtenflarden,

Ze mogen komen en weer verdwijnen,

Want je bent zoveel meer dan je gedachten,

Laat ze maar gaan,

En je kunt zijn als wind die even speelt met de bladeren,

Ze wegblaast en dan weer gaat liggen,

Weggeëbd,

En de grote machtige boom merkt de wind nauwelijks op,

Een paar tierentakken buigen even en veren terug en alles in de boom hervindt dan de stilte.

Zo mag jij ook zijn,

Je mag meebuigen met wat er is en terugbuigen,

Je gedachten,

Gevoelens en emoties mogen er zijn,

Ze stoppen of beheersen is onnodig,

Want ze komen en gaan en je mag weten dat de stilte vanzelf terugkeert.

Misschien herinner je je vaag hoe je in de doelmode stond vandaag,

Hoe vaak je probeerde te regelen,

Te verbeteren of te begrijpen,

En dat is goed,

Dat is helemaal prima,

Die kracht van het doen heeft je veel gebracht,

Maar nu,

Nu ontdek je de andere belangrijke helft van het leven,

Die van het niet doen,

De kracht van het toestaan,

Dat dingen vanzelf ontstaan,

Zoals een bloem zich opent,

Zonder dat iemand haar vertelt hoe,

Zoals een rivier haar wegvindt,

Zonder dat ze weet waarheen,

Zoals de nacht zich vanzelf ontvouwt,

Zonder dat iemand de sterren aansteekt.

En diezelfde wijsheid manifesteert zich automatisch ook in jouw lichaam,

Het weet hoe het zich herstelt,

Het weet hoe het moet slapen,

Hoe het kan dromen,

Hoe het moet ademen,

Je hoeft het alleen maar toe te laten om te kalmeren en je weg te laten drijven in de stilte van de nacht.

En ik nodig je uit om je voor te stellen,

Je kunt jezelf voorstellen dat je langzaam neerzakt en gaat zitten aan de voet van de boom,

Het mos voelt zacht,

Koel en uitnodigend en je gaat lang hard liggen op dit bed van mos en de aarde onder je vormt zich naar je lichaam,

Alsof ze blij is dat je uiteindelijk bent gaan liggen en ontspant.

Jouw rug rust tegen de stam van de boom,

Stevig en solide tegen je aan,

Je hoofd rust op een bemoste plek dat voelt als een kussen tussen de wortels en boven je wiegen de bladeren gelijkmoedig in het ritme van jouw ademhaling.

Je kijkt omhoog en ziet hoe het laatste licht door de takken filtert,

De lucht kleurt diep blauw en de eerste sterren beginnen te verschijnen,

De tijd verliest zijn greep waarop momenten samenvloeien en dat wat er net nog leek te zijn verdwijnt in stilte.

Wat er komen gaat is onbelangrijk,

Alleen dit het nu blijft over en je kunt merken dat je lichaam zwaarder en zwaarder wordt en ergens wordt het tegelijkertijd ook lichter,

Het wordt zwaarder waar het rust en lichter waar je loslaat.

Je armen liggen loom en zwaar tegen je zij,

Je benen smelten door ontspanning in de ondergrond loom en zwaar en terwijl je uitademt neem je vanzelf waar waar je lichtheid voelt en ergens tussen die sensaties en gewaarwordingen van toenemende zwaarte en lichtheid ontstaat een gevoel van grenzeloze tijdloze ruimte,

Alsof je groter wordt dan je lichaam,

Alsof je uitzet in de nacht,

Door vertrouwen,

Doordat je laat gaan,

Opuitstaat.

Het vertrouwen dat je opuitstaat,

Opuit kunt staan,

Diep,

Kalmerend en misschien kun je dat vertrouwen nu voelen als een gloed in je borst rondom je hart.

Het is een warmte die van binnenuit straalt en zich verspreidt,

Alsof je hart zelf een klein vuurtje is dat brandt en tijder gloeit.

Dat vuurtje in jou is genoeg om je door de nacht te dragen.

Het herinnert je aan wie je bent,

Wanneer je volkomen losslaat en je volledig overgeeft.

De maan schuift langs de hemel en haar licht glijdt over de bladeren en over jouw gezicht,

Alsof ze je zegent met haar zilveren zachtheid.

En het zilveren licht raakt dichtjes je voorhoofd aan en dit smelt als een druppel van rust in je binnenste.

Het haalt af langs je gezicht,

Langs je nek,

Je schouders,

Je borst en overal waar het komt laat het nog net wat meer los,

Daar waar het nog ietsje gespannen was,

Alsof het tegen je zegt slaap nu maar,

De nacht waakt over je.

Misschien voel je al de aanwijzigheid van dromen aan de rand van je bewustzijn.

De dromen verzamelen zich daar als vlinders die wachten tot de stilte diep genoeg is om te landen.

Dromen zijn als een fluistering van iets wat je ziel nog aan wil raken en ze kiezen jou,

Ze vinden jou vanzelf vannacht.

Zoals douw dat rust op bladeren.

En terwijl de eerste dromen bij je aankloppen,

Bemerk je hoe de wortels van de boom zich dieper uitstrekken en jij gaat met ze mee.

Langzaam douw je af met je bewustzijn mee omlaag.

Steeds dieper zak je weg langs lagen van aarde en stilte.

Dieper,

Steeds dieper in rust.

De nacht voelt oneindig en uitgestrekt.

Ze ademt rondom jou,

Door jou,

Met jou.

En terwijl je verder wegzakt,

Merk je dat er niets meer overblijft om vast te houden.

Zelfs het idee van het ik wordt doorzichtig en onbelangrijk.

En wat overblijft is enkel gevoel.

Het gevoel van gedragen worden,

Van opgenomen zijn in iets groots en goeds.

Misschien zie je beelden van sterren die vallen of licht dat danst over water of alleen donkerte die vriendelijk is.

Welke vorm het ook aanneemt,

Dit is het moment waarop alles rust.

Alles wat er is.

De boom,

De aarde,

De nacht,

De adem,

Ze zijn allemaal één veld geworden.

Één bewustzijn,

Één diepe slaap.

De aarde draagt jou,

Je lichaam is zwaar,

Je geest is licht en alles in jou weet,

Het is goed zo.

En langzaam,

Heel langzaam trekt de slaap zich over je heen als een warme,

Beschermende,

Veilige deken.

En de stilte fluistert,

Rust maakt.

Alles is gedaan,

Alles mag nu rusten.

Je mag nu rusten.

Langzaam verdwijnen woorden in adem,

Adem in stilte,

Stilte.

En slaap.

De nacht draagt je,

De aarde ademt door je heen en jij,

Alles wat je bent,

Is serene rust.

© 2026 Paola Pisu. All rights reserved. All copyright in this work remains with the original creator. No part of this material may be reproduced, distributed, or transmitted in any form or by any means, without the prior written permission of the copyright owner.

Trusted by 35 million people. It's free.

Insight Timer

Get the app

How can we help?

Sleep better
Reduce stress or anxiety
Meditation
Spirituality
Something else