
Wie Hou Je Voor De Gek?
by Ruben Bach
Een brandende vraag... Als je alsmaar de denkende gedachten volgt... er telkens op aanhaakt... ben je dan eerlijk? Klopt je kijk op het leven dan? Als je mening na mening, met de beste bedoelingen, verkondigt... ben je dan oprecht? Klopt je manier van van leven dan? Zeg eens eerlijk? Hoe vaak per dag is er een oprechte meningloze helderheid aanwezig in je gewaarzijn? Hoe vaak per dag is er rust aanwezig vanwaaruit je met open hart niet veroordelend kijkt naar jezelf en de ander? Vaak?
Transcript
Laten we beginnen met een diepe ademhaling in,
Laat en een diepe ademhaling uit.
Ja,
Weer,
Alweer,
Ja alweer,
Alweer,
Een fantastisch mooi moment om tot rust te komen,
Om alles even los te laten en het wonder weer te zien,
Het mysterie,
Het mysterie van dit prachtige leven.
Kijk maar eens,
Kijk maar eens goed uit die ogen van die menselijke vorm.
Wat een verscheidenheid,
Zag je het net ook,
Voordat je deze opname opzette,
Zag je het toen hetzelfde.
Kijk maar eens,
Al die vormen,
Al die kleuren.
Kijk maar eens omhoog.
En naar links en rechts.
En luister maar eens,
Zoveel tegelijkertijd,
Zo rijk,
Zo rijk is het leven.
En dan ook nog al die gedachten en gevoelens,
Dat lichaam,
Het denken,
De gedachten,
Gevoelens.
En dan die bemoeienis aan die ik,
Die denkt dat die ik is,
Die zich altijd weer overal mee wil bemoeien.
Heerlijk toch?
Of niet?
Zou het prettiger zijn als die zogenaamde ik zich meer op de achtergrond zou begeven,
Of zelfs zou verdwijnen?
Dat gevoel die ik te zijn,
Die van alles moet,
Die overal onzeker van wordt,
Die overal stoer over doet,
Die die spanning vasthoudt,
Elke keer weer,
Van dag tot dag denkt dat er weer een nieuwe dag gaat komen,
Waarin die van allerlei dingen moet bewijzen.
Hoe fijn zou het zijn als daar ruimte in zou komen,
Als die ik langzamerhand minder de overhand krijgt,
Als die de boel met rust laat,
Ikloos zijn,
Voor die denkende gedachten totaal niet te bevatten.
En daarmee is het ook zo fijn om telkens weer een kort moment te verstillen,
Die gedachten te laten voor wat ze zijn,
Helemaal te stoppen,
Voor een kort moment.
Aha,
Waar is die ik dan?
Als niets benoemd wordt,
Zou het dan kunnen zijn dat alles oké is.
Ervaar het maar nu,
In dit moment.
Even geen ik,
Geen ik-gevoel,
Niet dat persoontje wat van alles moet,
Voor een paar seconden.
En daar is die weer.
Dat gevoel dat die hier aan het luisteren is,
Probeert verder te komen in zijn ontwikkeling,
En weg is die weer.
Ah,
Ontspanning,
Openheid,
Vertrouwen,
Rust.
En daar is dat denken weer.
Denken,
Denken,
Denken,
Die grote denktank die alsmaar doorgaat.
En,
Weer een moment,
Tijdloos,
Totaal open,
Meningloos,
Niet aanhakend op weer de volgende gedachte.
En als dat wel gebeurt,
Ook prima.
En tegelijkertijd die connectie met dat wat geen mening heeft,
Wat niet benoembaar is,
Wat niet beweegt,
Dat wat nooit last heeft van iets.
Wauw,
Wat een ontdekking om in verbinding te zijn met dat in het leven wat nergens last van heeft.
Dat leven zelf heeft nergens last van,
Snap je?
Hoor je dat?
Dat leven zelf heeft nergens last van.
Is niet onzeker.
Is niet dat hele gevoelige persoontje,
Wat telkens weer denkt dat hij moet veranderen,
Aan zichzelf moet werken.
Dat leven zelf vindt alles oké.
Ook als dat persoontje denkt dat hij een persoontje is,
En van allerlei pogingen onderneemt om zichzelf te verbeteren.
Dat leven zelf vindt dat prima.
Het grappige is,
Die ik,
Die denkt dat hij die ik is,
Die houdt zichzelf als het ware voor de gek,
Zonder dat in de gaten te hebben.
Telkens wanneer die menselijke vorm verdwaalt in allerlei gedachten,
Houdt hij zichzelf voor de gek.
Is die connectie met die liefdevolle bron niet duidelijk ervaarbaar.
Voor die liefdevolle bron geen probleem,
Voor dat leven zelf totaal geen probleem.
En tegelijkertijd,
O,
Zo mooi als die menselijke vorm mag ervaren,
Dat er een goddelijke,
Liefdevolle stroom altijd aanwezig is.
Dat het leven altijd te vertrouwen is.
En dat heel dat principe van vergeten,
Vergeten wat we werkelijk zijn,
Een perfecte expressie is van dat leven.
En dat we als het ware hier zijn,
Om onszelf,
Onze ware zelf weer te ontdekken.
Dat gevoel die persoon te zijn,
Te doorzien.
En te ervaren dat we de bron zijn,
Dat er veel meer gaande is dan enkel die rondspinnende gedachten en gevoelens.
Die opgesloten ik,
Die lijkt opgesloten te zitten in dat lijf,
Krijgt ruimte,
Waarmee dat leven als veel zachter ervaren kan worden,
Warmer en meer helder.
Want op die momenten waar die ik,
Zo ik lijkt te zijn,
Zal er automatisch een herinnering komen,
Een hele zachte herinnering,
Een duidelijkheid.
Een helderheid,
Een openheid en een diepe ontspanning.
Dat illusionaire ikje wordt wakker geschud.
Daar is die weer,
Daar zijn ze weer,
Al die gedachten.
Daar is die weer,
Die zoeker,
Die zoekt naar verlichting.
En langzamerhand geeft die ik zich over,
Die ik die niet bestaat.
Paradoxaal,
Het hele leven een grote illusie.
En ergens diep van binnen weet je dat,
Als menselijke vorm,
Wanneer je opent,
Wanneer je overgeeft aan deze boodschap voor beide woorden.
Als je bereid bent om te oefenen,
Ben je er alsjeblieft niet de woorden te begrijpen en geloof ook die Ruben niet.
Die deelt enkel zijn enthousiasme,
Zijn eigen ontdekking voor beide ik,
Waarin het duidelijk is geworden,
Duikensweer,
Duikensweer duidelijk wordt,
Dat het leven een groot mysterie is,
Een groot wonder,
Een fantastisch perfecte expressie,
Waarin we worden geholpen door het leven zelf,
Door een hele bijzondere kracht.
Iets maakt ons wakker,
Iets laat ons zien dat het allemaal niet is zoals we denken dat het is.
Hoe fantastisch!
Laten we nog een diepe ademhaling nemen.
Ademhaling in,
Laat,
En een ademhaling uit,
Los.
En nog een keer,
Ademhaling in,
Laat,
Ademhaling uit,
Los.
Wie houd jij voor de gek?
Die vogel?
Of jezelf?
En over welke zelf hebben we het dan?
Dat gevoel die ik te zijn,
Die ochtends opstaat,
Met al zijn taken,
Gedachten,
Planning,
Die telkens weer van A naar B rent,
Denkt dat er een toekomst is,
Waarin die misschien wel zelfs zoveel denkt,
Dat het belangrijk is om van alles te doen,
Zodat uiteindelijk het pensioen gehaald kan worden,
En dan vervolgens met pensioen gaat,
Een hartaanval krijgt en er dood bij neervalt.
Die ik.
Houd je die ik voor de gek?
Wie houd je voor de gek?
Je partner,
Je vrienden,
Je baas,
Je collega's,
Je kinderen?
Hoe eerlijk ben je,
Hoe eerlijk ben je wanneer je geïdentificeerd bent,
Met dat wat we het ego zijn gaan noemen,
Dat ik je wat van alles vind,
En al die meningen heeft,
Vind dat het zo moet.
Wie houd je hiermee voor de gek?
En hoe vaak per dag?
Ga maar eens na.
Hoe vaak per dag is er een hele duidelijke helderheid,
Een helderheid waarin heel duidelijk is,
Dat dat ik je een illusie is.
Die tijdloze momenten waarop er totale helderheid is,
Waarop gezien wordt dat het leven illusionair is,
Dat het niet is zoals het lijkt,
Dat die afgescheidenheid,
Dat gevoel afgescheiden te zijn van alles,
Wegvalt.
Hoe vaak per dag is die realisatie daar,
Die ontspanning,
Die overgave,
Die totale overgave,
Waarbij die zogenaamde ik,
Als het ware,
Wegvalt.
Hoe communiceer je naar anderen?
Vanuit dat gevoel,
Die opgesloten ik te zijn?
Of vanuit openheid,
Vanuit een diep weten dat het leven een illusie is?
Hoe communiceer je?
Als je beslist heel eerlijk te zijn naar een ander,
Eindelijk helemaal eerlijk iets vertelt,
Iets wat in je leeft,
Stel dat je dat doet,
Hoe eerlijk ben je dan?
Klopt die informatie die je geeft op dat moment,
Of is die informatie op basis van identificatie?
Als je heel eerlijk bent,
Kun je dan vertellen hoe het zit?
Of is diepste eerlijkheid een erkenning dat je het niet weet,
Dat je het nooit zult weten,
Dat je als het ware moet toegeven dat je nooit iets kunt benoemen,
Dat je nooit volledig eerlijk kunt zijn wanneer je woorden gebruikt.
Als er totale openheid is,
Meningloosheid,
Helderheid,
Dan wordt het heel erg duidelijk dat woorden nooit de ultieme waarheid bevatten.
Dan kun je net zo eerlijk willen zijn en al je moed verzamelen en voelen,
Oh ja,
Hier maak ik een grote sprong.
Fantastisch dat ik dat gedaan heb,
Dat ik eindelijk durf te spreken,
Mijn waarheid durf te spreken.
En dat kan ook een heel fijn gevoel geven,
Er is ook niks mis mee.
Maar uiteindelijk is het niet de ultieme waarheid.
Het blijft altijd hangen binnen die illusie.
En dat is fantastisch,
Want het is een prachtig spel.
En tegelijkertijd ontzettend mooi om te ontdekken dat wanneer je denkt dat je heel eerlijk bent of open,
Of iets heel goed hebt gedaan,
Een sprong hebt gemaakt in je ontwikkeling,
Om dan tegelijkertijd te beseffen dat er geen sprong heeft plaatsgevonden,
Dat niets zich heeft ontwikkeld,
Dat je niet beter bent geworden.
En voor dat gevoel die persoon te zijn,
Is dat weer een boodschap waar die niets aan heeft en zelfs weerstand tegen zal voelen,
Want lijkt het dan niet saai te worden?
Voor die illusionaire ik wel,
Als daar niets meer voor overblijft,
Kan die wel eens in paniek raken.
En anderzijds,
Doordat die klaarblijkelijk meer en meer ontspant in dit mysterieuze leven,
Ontstaat er automatisch meer vertrouwen,
Vertrouwen in die rust en die ontspanning,
En zelfs in die saaiheid.
Op een gegeven moment wordt het zelfs duidelijk dat buiten die ruimte,
Die ruimtelijkheid,
Er niet werkelijk iets gehaald kan worden.
En het lijkt vaak te gebeuren in het leven van die menselijke vorm,
Die op dat zogenaamde spirituele pad zit,
Dat er een kantelpunt komt,
Waarop plotseling de interesse in allerlei activiteiten verloren wordt,
Die valt weg.
En dan,
Ja,
En dan,
Dit niet meer leuk,
Dat niet meer leuk,
Dat ook niet meer leuk,
Nee.
En dan ziet die menselijke vorm zich alleen nog maar bewegen richting spirituele boodschappen.
Nou,
En daar is een groot aanbod in.
Van yoga tot tantra,
Tot allerlei ceremonies,
Kun je nog jaren in doorgaan.
Dat is dan wel weer fijn.
Van retraite naar retraite heeft die Ruben hier ook allemaal mogen meemaken.
Nou ja,
Vooral Satsang,
Die samenkomst in waarheid.
En dan komt er een punt waarop ook die retraites en al die ceremonies en al die tantra en yoga ook niet meer vervullend zijn.
En wie weet komt er onderweg wel een prachtige leraar langs,
Die resoneert.
Dat leven zelf brengt al die prachtige informatie tot die menselijke vorm,
Als vanzelf.
En hoe mooi om dan op een gegeven moment te ontdekken dat een zogenaamde leraar,
Of zelfs een guru,
Wat een woord,
Als zelfs duidelijk wordt dat die leraar of die guru niet afgescheiden is van dat wat jij ik bent gaan noemen.
Dat het allemaal onderdeel is van hetzelfde.
Prachtig toch om te zien dat het leven zelf elke keer weer behulpzaam is,
Die menselijke vorm telkens weer wil wakker schudden.
Brengt van hier naar daar.
Nieuwe informatie verschaft,
Die gaat voorbij informatie.
Eerst een heel leven lang vol informatie.
Dat hoofd maar vol stoppen met allerlei nieuwe informatie.
Leren,
Leren,
Leren.
En vervolgens die nieuwe stroom waarbij dat hoofd wordt leeggemaakt,
Als het ware.
Heel dat systeem wordt gereset en het duidelijk wordt dat al die informatie geen waarheid bevat.
Wauw.
En dan voel je het?
Voel je het?
Die overgraven.
Erachter komen dat je als het ware jezelf voor de gek hebt gehouden.
En dat iedereen elkaar voor de gek houdt.
Volgende keer als je een andere menselijke vorm tegenkomt,
Kijk maar eens hoe jullie elkaar voor de gek houden.
Hoe de onhelderheid zijn spel speelt.
En paf,
Daar ben je.
Wellicht omdat je geluisterd hebt weer vandaag.
In één keer sta je in volledige helderheid,
Die menselijke vorm.
Als het ware ikloos.
Totaal open,
Een open hart.
En dan,
Ook dan gaat die illusie volledig door.
Maar let maar eens op.
Kijk maar eens wat er gebeurt bij die zogenaamde ander die in je omgeving staat.
Een kort moment van verstilling.
In een gesprek met iemand anders.
Spanningsloos,
Meningloos,
Open,
Liefdevol.
Als zijnde het leven.
Als zijnde de liefdevolle bron.
God in menselijke vorm.
Stel het je nu maar eens voor.
Ontmoet maar eens iemand in je fantasie.
Ontmoet maar eens iemand in je fantasie.
Neem maar eens iemand waarbij je niet altijd heel erg op je gemak voelt.
Mocht dat zo zijn.
En anders neem je iemand anders.
Druk in gesprek,
Misschien met de ander.
Of druk aan het luisteren en aan het interpreteren.
Je vindt van alles,
Van die ander.
Van wat die zegt.
Ja,
Ja,
Ja.
Ja,
Nee,
Dat is zo.
Nee,
Nee,
Dat vind ik niet.
Nee,
Ja,
Daar ben ik het helemaal mee eens.
Nee,
Nee,
Dat klopt ja.
Nee,
Het klopt.
Nee,
Het klopt.
Ja,
Nee,
Dat ook.
Nee,
Maar kunnen we niet beter dit en dat doen?
Ja,
Nee,
Dat is goed.
En ondertussen verlies je jezelf in allerlei gedachten en emoties.
En daar zijn we weer.
Plots.
Die herinnering,
Een kort moment van verstilling.
Je neemt een diepe ademhaling.
Stopt heel even al die gedachten.
Kort moment.
Niets.
Alsof je totaal uit het gesprek gaat.
En ondertussen gaat het luisteren perfect door.
Maar is er een hele,
Hele duidelijke helderheid.
Dat die jij,
Die je ik bent gaan noemen,
Dat die illusionair is en dat die ander ook illusionair is en dat alles één is.
Eén grote illusie.
En daar sta je dan.
Klaarblijkelijk.
Wetend dat er meer aan de hand is.
Wetend dat de essentie liefde is.
Kijkend vanuit nieuwe ogen als het ware.
Alles scherp.
Helder.
Wonderlijk.
Mysterieus.
En dat gesprek gaat hoogstwaarschijnlijk door.
En oh zo mooi om te zien dat het gesprek hoogstwaarschijnlijk een andere wending gaat nemen.
Doordat die openheid ontstaat,
Dat hart volledig open gaat.
Er geen veroordeling plaatsvindt.
En er automatisch meer begrip ontstaat.
Voor de situatie,
Voor dat wat de ander zegt.
Voor dat wat het hele systeem ervaart.
Het wordt begrepen,
Het leven.
Er wordt begrepen dat we het niet weten.
En dat het gesprek wat je met de ander lijkt te hebben,
Ergens niet helemaal klopt.
Dat het leven zelf zich,
Als het ware,
Voor de gek houdt.
En dan is er nog een keer zo'n moment.
Zo'n moment van ontspanning.
Van helder zien.
Omdat er geluisterd is naar deze boodschap.
Die telkens weer die herinnering brengt.
Een kort moment te verstillen,
Te ontspannen,
Te rusten,
Te openen.
En daar ga je doorheen je dag.
Je ontmoet weer een ander.
En plotseling is daar een herinnering.
Ah,
Hou ik mezelf voor de gek?
Hou ik de ander voor de gek?
Is er totale eerlijkheid?
Is er een weten?
Voorbij het denken.
Is er,
Als het ware,
Een connectie met dat in het leven wat niet verandert,
Wat onbenoembaar is?
Is er een connectie met de andere?
Is er een connectie met wat we zouden kunnen noemen de liefdevolle bron?
Stromt er,
Als vanzelf,
Een hele zachte,
Warme,
Opene energie doorheen die menselijke vorm?
Of zit die persoon opgesloten in zichzelf,
Aanhakend van de ene op de andere gedachte?
Of worden die gedachten gezien,
Gelaten en ontstaat er openheid,
Rust en verwondering?
Wauw,
Daar is weer een ander.
Wow,
Hé,
Jij ook daar?
Zit jij daarin?
Ben je me voor de gek aan het houden?
Of hou ik jou voor de gek?
Ja,
Even alle gekheid op een stokje,
Zou je kunnen zeggen.
En zo gaan we weer verder de dag in,
Die tijdloze dag,
Denkend dat we de ik zijn.
Prima,
Allemaal een perfecte expressie,
We hoeven er ook niet van af.
We kunnen er ook niet van af,
We kunnen nergens van af.
Hoe kun je af van een illusie?
Dat iets illusioneer is,
Wil niet zeggen dat je er van af moet.
Laat het lekker een illusie zijn.
En laat het ook prima zijn als je totaal geïdentificeerd bent in die illusie.
Laat het ook prima zijn als die korte momenten van verstilling niet opkomen,
Als je weer totaal in de waar bent.
Dat leven zelf regelt het toch allemaal vanzelf.
En tegelijkertijd ook weer is het fantastisch om te mogen ervaren die momenten,
Die tijdloze momenten,
Waarin er plotseling helderheid ontstaat.
Die bubbel,
Als het ware,
Explodeert.
En die ogen,
Die zien,
Die zien het wonder,
Telkens weer.
De schoonheid van alles.
En de vergankelijkheid.
Die duiven op de achtergrond ook.
En die haan,
Dat geluid komt en gaat.
Dat leven,
Dat is maar even,
Op de manier waarop we het ervaren.
Ja,
Laten we nog een diepe ademhaling nemen,
Omdat het kan.
Om te mogen ervaren dat we in dit leven mogen vertrouwen.
Dit leven,
Wat zo even is.
Het is voorbij,
Voor we het weten.
Dus laten we ontspannen.
Gebruik maken van die mogelijkheid om te ontspannen.
Diepe ademhaling in te nemen weer.
En laat die diepe ademhaling uit.
Los.
Geef je over.
Geef je over.
Laat die ik,
Maar lekker los,
Dat gevoel die ik te zijn.
En stap als het ware in een ruimtelijke openheid.
In een hele wijze openheid.
Al die wijsheid is er lang aanwezig.
Het aller,
Allerbeste wat je kunt doen in het leven is ontspannen.
Telkens weer een kort moment ontspannen.
Meningloos aanwezig zijn.
Nergens een label op plakken.
Ook niet op al die gedachten die je hebt.
Op de situaties die je zogenaamd ziet.
Natuurlijk neem je actie als het nodig is,
Maar dat gebeurt ook vanzelf.
En hoe mooi is het als je actie onderneemt vanuit een ontspannenheid.
Vanuit een helderheid.
Vanuit die open wijsheid.
Je zult zien wanneer je tijdens al je dagelijkse bezigheden helder wordt.
Korte momenten helder wordt.
Dat het leven op een hele natuurlijke manier alles vanzelf regelt.
Het kan ook helpen om gewoon toe te geven dat je het niet weet.
En dat je het spannend vindt.
Moeilijk vindt,
Zwaar vindt.
Ingewikkeld vindt.
Dat het lastig is om dat gevoel van die ik los te laten.
Dat is oké.
Dat is het hele principe van het leven.
Het kan heel verzachtend zijn om werkelijk toe te geven dat je het niet weet.
Dat je het moeilijk vindt,
Dit leven.
Het is de bedoeling dat we het moeilijk vinden.
Al dat lijden is niet voor niets,
Maar blijkelijk.
Het helpt die menselijke vorm wakker te worden.
Elke keer dat het leven als moeilijk ervaren wordt,
Kan er weer helderheid ontstaan.
Kan het duidelijk worden waarvoor die mens hier is,
Die menselijke vorm.
Houdt die zichzelf hoogstwaarschijnlijk steeds minder voor de gek.
En gaat steeds meer richting dat bewegen waarvoor die hier is,
Als het ware.
Als je jezelf minder voor de gek houdt,
Wat ga je dan doen?
Neem die vraag maar eens mee in de komende tijd.
Als ik mezelf minder voor de gek houd,
Wat zou ik dan doen?
Het leven is kort.
Het is zo voorbij.
Laten we proberen er gebruik van te maken,
Helder te worden.
Te oefenen van tijd tot tijd,
Als het lukt.
Door te luisteren naar deze boodschappen of andere boodschappen.
Wat je ook aanspreekt.
Er zijn zoveel wegen die naar Rome leiden.
Laten we nog eindigen met een diepe ademhaling.
Ademhaling in,
Laat.
Ademhaling uit,
Los.
En neem het nog maar eens mee.
Die vraag,
Houd ik mezelf voor de gek?
Houden we elkaar voor de gek in contact met anderen?
Zijn we helder?
Zijn we open?
Zijn we meningloos?
In connectie met dat wat niet verandert.
Met die goddelijke stroom,
Met die liefdevolle bron.
Of zijn we verzopen in al die gedachten?
Zitten we in die bubbel?
Of is daar helderheid?
Keer op keer.
Vele malen per dag in contact met elkaar.
In contact met onze zogenaamde eigen menselijke vorm.
Is daar die helderheid?
Is daar dat kijken vanuit verwondering?
Zie je het wonderen?
Word je enthousiast van het mysterie?
Of wanneer je je neerslachtig voelt,
Kun je zien dat dat ook perfect is.
Kan er weer die tegelijkertijdheid,
Die gelijktijdigheid zijn,
Waarbij die neerslachtigheid aanwezig is,
En het tegelijkertijd een weten is,
Dat iets in het leven totaal perfect is,
Meningloos is.
Voor je het weet,
Lost die neerslachtigheid op als sneeuw voor de zon.
En dat was niet eens het doel om het te verwijderen.
Op te lossen,
Als vanzelf lost alles telkens op.
Een kort moment van verstilling.
Een kort moment jezelf even niet voor de gek houden,
Helder worden.
Alles laten zijn wat klaarblijkelijk is.
Conclusieloos door de dag bewegen.
Niets hoeft te worden.
Niets hoeft een resultaat te behouden.
En natuurlijk,
Binnen die illusie prima.
En tegelijkertijd weten dat het niet nodig is om iets na te jagen.
Niets is nodig,
Het leven zelf is al zo overvloedig en genoeg.
Wie hou je voor de gek?
Ik wens je een hele fijne dag en tot de volgende.
Maak kennis met je leraar
4.8 (18)
Recente Beoordelingen
More from Ruben Bach
Gerelateerde Meditaties
Verwante Leraren
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
